ECLI:NL:RBSHE:2010:BN1784
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betalingseis effectenlease na verbindendverklaring WCAM-overeenkomst
Gedaagde sloot in 2000 een aandelenleaseovereenkomst met een rechtsvoorganger van Dexia, waarbij de financiering via een effectenlease plaatsvond. Na beëindiging van de overeenkomst verkocht Dexia de aandelen, maar de opbrengst volstond niet om de lening te voldoen. Dexia droeg haar vordering over aan ARC.
Het hof Amsterdam verklaarde in 2007 de WCAM-overeenkomst verbindend voor alle gerechtigden, waaronder gedaagde, die geen opt-out-verklaring heeft ingediend. ARC vorderde betaling van de hoofdsom, rente en incassokosten. Gedaagde betwistte de vordering met onder meer een beroep op misleiding en dwang bij het sluiten van de overeenkomst.
De kantonrechter oordeelde dat gedaagde gebonden is aan de WCAM-overeenkomst en dat haar verweren over de totstandkoming van de overeenkomst niet meer konden worden gehoord. De gevorderde hoofdsom en rente werden toegewezen, terwijl de incassokosten werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, rente en proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van hoofdsom en rente aan ARC op grond van de verbindend verklaarde WCAM-overeenkomst.