ECLI:NL:RBSHE:2010:BM0318
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing loonvordering wegens ontbreken arbeidsovereenkomst met manege-v.o.f.
Eiser vorderde betaling van achterstallig loon van € 80.823,20 bruto van de v.o.f. die een manege exploiteert, stellende dat tussen partijen vanaf 2003 tot 2007 een arbeidsovereenkomst zou hebben bestaan. Hij werkte naar eigen zeggen 30 tot 50 uur per week en ontving € 600 netto per maand plus kost en inwoning.
Gedaagden betwistten het bestaan van een arbeidsovereenkomst en stelden dat de werkzaamheden voortkwamen uit de affectieve relatie tussen eiser en een vennoot van de v.o.f. en dat de vergoeding ruim voldoende was. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende had gesteld om het bestaan van een arbeidsovereenkomst aan te nemen. De feitelijke invulling van de relatie en het ontbreken van een gezagsverhouding wezen hierop.
Zelfs als een arbeidsovereenkomst zou hebben bestaan, zou eiser geen aanspraak kunnen maken op meer loon dan de ontvangen vergoeding, gelet op de redelijkheid en billijkheid en de omstandigheden waaronder hij kost en inwoning kreeg.
De vordering werd afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd gewezen door kantonrechter E.J.C. Adang op 7 januari 2010.
Uitkomst: De loonvordering wordt afgewezen wegens het ontbreken van een arbeidsovereenkomst en voldoende vergoeding.