ECLI:NL:RBSHE:2010:BL4461
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schorsende werking faillissement bij vorderingen dwaling, ontbinding en wanprestatie
In deze civiele procedure staat centraal of bepaalde vorderingen van eiser tegen de gefailleerde GIN Bomenexploitatiemaatschappij B.V. en Groen Invest Nederland N.V. ontvankelijk zijn in het licht van het faillissement. Eiser vordert onder meer vernietiging en ontbinding van participatie- en kredietovereenkomsten, en schadevergoeding wegens wanprestatie en onrechtmatige daad.
De curator van de gefailleerde stelt dat vorderingen die betaling uit de failliete boedel beogen, alleen via aanmelding ter verificatie kunnen worden ingesteld, waardoor eiser niet-ontvankelijk zou zijn. De rechtbank beoordeelt per vordering of deze voldoening van een verbintenis uit de boedel tot doel heeft.
De rechtbank oordeelt dat vorderingen die betaling uit de boedel beogen, waaronder veroordelingen tot betaling aan Interbank, niet-ontvankelijk zijn. Vorderingen tot ontbinding of vernietiging van overeenkomsten en vaststelling van aansprakelijkheid zijn wel ontvankelijk, omdat deze niet direct leiden tot betaling uit de boedel.
De curator wordt deels in het gelijk gesteld, de kosten van het incident worden gecompenseerd en de zaak wordt voor verdere behandeling van de overige vorderingen op een latere datum voortgezet.
Uitkomst: De rechtbank verklaart eiser niet-ontvankelijk in vorderingen tot betaling uit de boedel en ontvankelijk in vorderingen tot ontbinding en vernietiging, met gedeeltelijke toewijzing van de incidentele vordering.