ECLI:NL:RBSHE:2009:BK8209
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatig onbeperkt beslag door Waterschap en te late opheffing leidt tot schadevergoeding
Eiser werd geconfronteerd met een executoriaal derdenbeslag door het Waterschap op al zijn bankrekeningen vanwege een relatief kleine vordering van circa € 91,74. Het beslag was onbeperkt en werd niet onmiddellijk na betaling opgeheven, waardoor eiser gedurende twee weken geen beschikking had over zijn tegoeden en zijn dagelijkse uitgaven niet kon doen zonder geld te lenen van zijn kantoor.
Eiser vorderde schadevergoeding van € 150,- voor de gemiste beschikking over zijn geld en € 750,- immateriële schade wegens het niet kunnen vieren van carnaval. Het Waterschap voerde verweer dat het beslag proportioneel was en dat de vertraging in opheffing aan de bank lag. Tevens werd eigen schuld en verrekening aangevoerd.
De kantonrechter oordeelde dat het Waterschap onrechtmatig had gehandeld door het onbeperkt beslag te leggen en het niet direct op te heffen na betaling. Het verweer dat de bank verantwoordelijk was faalde. De immateriële schadevergoeding werd afgewezen omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij geestelijk letsel had geleden.
De schadevergoeding werd beperkt tot een redelijke rentevergoeding van € 11,11 over het vervroegd opgenomen bedrag van de kantoorrekening. De vordering tot immateriële schade werd afgewezen. Het Waterschap werd veroordeeld in de proceskosten en de rentevergoeding.
Uitkomst: Het Waterschap wordt veroordeeld tot betaling van € 11,11 rentevergoeding en proceskosten wegens onrechtmatig onbeperkt beslag en te late opheffing.