ECLI:NL:RBSHE:2009:BK4196
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.H.B.M. Potters
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing opschortende voorwaarde bedrijfskrediet Bbz 2004
Eiseressen, houdsters van een juwelierszaak, vroegen een bedrijfskrediet aan op grond van het Bbz 2004. Het krediet werd toegekend onder opschortende voorwaarden, waaronder een minimale opbrengst van € 201.900,-- uit de verkoop van hun woning.
De woning werd verkocht voor € 263.000,--, maar na aftrek van de hypotheek resteerde slechts € 161.000,--, waardoor niet aan de opschortende voorwaarde werd voldaan. Verweerder stelde daarom dat het kredietbesluit niet in werking trad en verklaarde het bezwaar van eiseressen ongegrond.
Eiseressen voerden aan dat aanvullende financiering uit de familie de eigen vermogenspositie verbeterde en dat zij mochten vertrouwen op toekenning van het krediet. De rechtbank oordeelde dat de brief van verweerder een besluit ex artikel 1:3 Awb Pro is en dat het toekenningsbesluit in rechte vaststaat, inclusief de opschortende voorwaarden.
De aanvullende financiering was niet relevant voor de opschortende voorwaarde en er waren geen toezeggingen die het vertrouwensbeginsel rechtvaardigden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseressen wordt ongegrond verklaard en het besluit dat het bedrijfskrediet niet in werking treedt blijft van kracht.