ECLI:NL:RBSHE:2009:BH9839
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.G.M. van Meel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van voorwaardelijk verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst wegens onvoldoende verandering omstandigheden
De werknemer, sinds 1978 in dienst bij de werkgever, is sinds december 2003 arbeidsongeschikt en heeft een WAO-uitkering. Na een herbeoordeling in 2005 werd hij geschikt geacht voor passend werk en is hij in 2006 als linefeeder aan het werk gegaan. In 2007 viel hij opnieuw uit en werd hij op staande voet ontslagen, maar dit ontslag werd later nietig verklaard vanwege psychische problematiek.
De werknemer verzocht voorwaardelijk om ontbinding van de arbeidsovereenkomst, voor het geval deze niet eerder zou eindigen, met het oog op het verkrijgen van duidelijkheid over een vergoeding bij beëindiging. De werkgever had de arbeidsovereenkomst opgezegd per 1 april 2009 na toestemming van het CWI.
De kantonrechter oordeelde dat hoewel het verzoek ontvankelijk was, er geen zodanige verandering van omstandigheden was die een onmiddellijke of spoedige ontbinding rechtvaardigde. Het feit dat de arbeidsovereenkomst per 1 april 2009 eindigt, is onvoldoende om ontbinding voor die datum toe te staan. De werknemer wordt verwezen naar de procedure ex artikel 7:681 BW Pro voor beoordeling van een eventuele vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag.
Het verzoek tot ontbinding wordt afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het voorwaardelijk verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen wegens het ontbreken van voldoende verandering van omstandigheden.