ECLI:NL:RBSHE:2009:BH3388
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.F.M. Pols
- J.J.H. Bruggink
- M.Th. van Vliet
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte in loverboy-zaak wegens ontbreken van dwang of uitbuiting
In deze zaak stond verdachte terecht wegens mensenhandel met betrekking tot een slachtoffer dat mogelijk onder dwang of misleiding tot prostitutie zou zijn gebracht. De officier van justitie stelde dat verdachte het slachtoffer had bewogen om achter het raam te werken door misbruik te maken van haar emotionele afhankelijkheid en haar toekomstperspectief voor te spiegelen.
De verdediging voerde aan dat alleen het slachtoffer dergelijke verklaringen had afgelegd en dat er geen bewijs was voor het regelen van een werkplek of het oogmerk tot uitbuiting. Tijdens het onderzoek bleek dat het slachtoffer slechts twee dagen achter het raam had gezeten en geen klanten had ontvangen. Ook was de relatie tussen verdachte en slachtoffer op het moment van het prostitutievoorstel beëindigd.
De rechtbank oordeelde dat het slachtoffer niet in haar keuzevrijheid was beperkt en dat er geen objectieve aanwijzingen waren dat verdachte haar tot prostitutie had gedwongen of bewogen. Hierdoor werd het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen geacht.
De rechtbank sprak verdachte vrij en gelastte de teruggave van inbeslaggenomen mobiele telefoons. Tevens werd het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor dwang of uitbuiting in prostitutiezaak.