ECLI:NL:RBSHE:2008:BG1781

Rechtbank 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
9 oktober 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
543542
Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens onvoldoende bewijs van aanbod tot overeenkomst

In deze zaak heeft eiser zichzelf als partijgetuige gehoord om te bewijzen dat zijn medewerker in een telefoongesprek ondubbelzinnig een aanbod heeft gedaan voor het sluiten van een overeenkomst over de vermelding van bedrijfsgegevens op een website tegen een jaarlijkse vergoeding van € 2.000 exclusief btw voor drie jaar.

Tijdens de zitting is ook een getuige van de wederpartij gehoord in contra-enquête. Een door eiser aangezegde getuige is niet verschenen. De kantonrechter heeft de verklaringen in het proces-verbaal betrokken.

De kantonrechter oordeelt dat de verklaring van eiser als partijgetuige onvoldoende is om het bewijs te leveren dat het aanbod daadwerkelijk is gedaan. Gezien de eerdere overwegingen in het tussenvonnis wordt de vordering afgewezen.

Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten, begroot op € 700 als bijdrage in het salaris van de gemachtigde van de gedaagde. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De vordering wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ‘s-HERTOGENBOSCH
Sector Kanton, locatie ‘s-Hertogenbosch
Zaaknummer : 543542
Rolnummer : 08-674
Uitspraak : 9 oktober 2008
in de zaak van:
[eiser],
wonende te Winschoten,
eiser,
gemachtigde: mr. H.L. Thiescheffer,
t e g e n :
de besloten vennootschap Van Swaay Schijndel B.V.,
gevestigd te Schijndel,
gedaagde,
gemachtigde: mr. B.T. van Onna;
als vervolg van het tussen partijen gewezen vonnis van 24 april 2008.
1. Het vervolg van de procedure
Bij voormeld vonnis is [eiser] toegelaten tot bewijslevering. Ter terechtzitting van 27 juni 2008 heeft hij 1 getuige doen horen. Op die zitting is tevens een getuige in de contra-enquête gehoord. Van de verhoren is proces-verbaal opgemaakt. De voor de terechtzitting van 30 september 2008 door [eiser] aangezegde getuige is niet verschenen. Ten slotte is andermaal vonnis bepaald.
2. De verdere beoordeling
2.1. De kantonrechter volhardt bij hetgeen in het tussenvonnis is overwogen en beslist.
2.2. [eiser] is bij dat vonnis toegelaten te bewijzen dat zijn medewerker in het telefoongesprek met mevrouw [X] ondubbelzinnig duidelijk heeft gemaakt dat een aanbod werd gedaan om een overeenkomst te sluiten met betrekking tot de vermelding van de bedrijfsgegevens op de website voor een prijs van € 2.000,- exclusief btw per jaar, voor de duur van drie jaar.
2.3. [eiser] heeft zichzelf als (partij)getuige doen horen. In contra-enquête heeft mevrouw [X] een verklaring als getuige afgelegd. Voor de inhoud van de verklaringen wordt verwezen naar het daarvan opgemaakte proces-verbaal.
2.4. De verklaring van [eiser] als partij-getuige volstaat niet om het bewijs geleverd te achten. De conclusie is dat [eiser] niet is geslaagd in het bewijs.
2.5. Gelet op hetgeen in het tussenvonnis is overwogen dient de vordering dan te worden afgewezen.
2.6. [eiser] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van de procedure.
3. De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt [eiser] in de kosten van de procedure, aan de zijde van Van Swaay BV begroot op € 700,- als bijdrage in het salaris van de gemachtigde (niet met btw belast);
verklaart dit vonnis, waar het de veroordeling betreft, uitvoerbaar bij voorraad.
Aldus gewezen door mr. J.H. Wiggers, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 oktober 2008.