ECLI:NL:RBSHE:2008:BF0733
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.T. van Vliet
- M.L.P. van Cruchten
- F.P.J.M. Otten
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vrijstellingsbesluit aanleg voetbalvelden en infrastructuur in Oude Landen te Nuenen
De zaak betreft het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten om vrijstelling te verlenen voor de aanleg van zes voetbalvelden en bijbehorende infrastructuur in het gebied Oude Landen. Diverse omwonenden hebben hiertegen beroep ingesteld. De rechtbank beoordeelt onder meer de ontvankelijkheid van de beroepen, de ruimtelijke onderbouwing, de verkeersontsluiting, en de milieutechnische aspecten zoals geluidsoverlast en inpassing in de Ecologische Hoofd Structuur.
De rechtbank verklaart het beroep van eisers C en D niet-ontvankelijk omdat zij geen zienswijze hebben ingediend tijdens de ontwerpbesluitfase, wat een vereiste is volgens de Algemene wet bestuursrecht. De overige beroepen worden inhoudelijk behandeld. De rechtbank stelt vast dat verweerder bevoegd was en een ruime beoordelingsvrijheid had bij het verlenen van de vrijstelling, waarbij een marginale toetsing geldt.
De rechtbank oordeelt dat de ruimtelijke onderbouwing adequaat is, mede gezien de verklaring van geen bezwaar van Gedeputeerde Staten en het advies van de Provinciale Planologische Commissie. De verkeersontsluiting voor langzaam verkeer via de Oosterklamp is voldoende onderbouwd met een extern rapport van Grontmij, dat ook alternatieven heeft onderzocht. De bezwaren over geluidsoverlast, lichthinder, horizonvervuiling en milieuzonering worden niet gevolgd, mede omdat het vrijstellingsbesluit niet ziet op bouwwerken en passende maatregelen zijn getroffen.
Gelet op deze overwegingen concludeert de rechtbank dat verweerder een zorgvuldige belangenafweging heeft gemaakt en dat het vrijstellingsbesluit in redelijkheid genomen kon worden. Daarom worden de beroepen van eisers A en B, E en F, en G ongegrond verklaard. De rechtbank wijst proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van eisers C en D wordt niet-ontvankelijk verklaard en de overige beroepen worden ongegrond verklaard.