ECLI:NL:RBSHE:2008:BE9398
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid tot participatie in jeugdgezondheidszorg door prenatale zorginstelling
Eiseres, een instelling toegelaten voor prenatale zorg, verzocht verweerder om participatie in de uitvoering van wettelijke taken in de jeugdgezondheidszorg van de gemeente ’s-Hertogenbosch. Verweerder wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. De kern van het geschil betrof de vraag of de schriftelijke mededeling van verweerder een besluit was in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb, en of verweerder bevoegd was om eiseres te laten participeren in de jeugdgezondheidszorg.
De rechtbank stelde vast dat prenatale zorg en jeugdgezondheidszorg gescheiden zorgvormen zijn, waarbij prenatale zorg de periode tot de geboorte omvat en jeugdgezondheidszorg de zorg na de geboorte tot negentien jaar. De verwijzing in artikel 5a van de Wcpv naar artikel 16 van Pro het Besluit Zorgaanspraken AWBZ werd als een misslag beoordeeld, omdat deze niet voorziet in bevoegdheid voor verweerder om prenatale zorginstellingen taken in de jeugdgezondheidszorg toe te wijzen.
Daarnaast leidde de rechtbank uit de wettelijke regeling en de lijst ‘Toegelaten instellingen zorg ouder en kind’ af dat alleen instellingen die op deze lijst staan, door verweerder kunnen worden aangewezen voor jeugdgezondheidszorg. Eiseres stond niet op deze lijst, waardoor verweerder niet bevoegd was haar te laten participeren. De mededeling van verweerder was daarom niet op rechtsgevolg gericht en geen besluit in de zin van de Awb. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard omdat verweerder niet bevoegd is haar te laten participeren in jeugdgezondheidszorg.