ECLI:NL:RBSHE:2008:BD7625
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst wegens onvoldoende gewichtige redenen en gebrekkige re-integratie
De arbeidsovereenkomst tussen verzoekster en verweerster werd betwist vanwege arbeidsongeschiktheid van de werknemer sinds januari 2008. Verzoekster wilde de overeenkomst ontbinden op grond van vermeende onhoudbare arbeidsrelaties en gedragingen van verweerster, waaronder het niet willen terugkeren en beschuldigingen jegens collega’s.
De rechtbank oordeelde dat de door verzoekster aangevoerde uitlatingen van verweerster niet waren komen vast te staan en dat verzoekster onvoldoende had onderzocht of verweerster de arbeidsovereenkomst daadwerkelijk wilde beëindigen. Tevens had verzoekster nagelaten om adequaat re-integratiebeleid te voeren, met name het eerste spoor, en was het inschakelen van een re-integratiebureau op het tweede spoor niet passend zonder vaststelling dat passend werk ontbrak.
Gezien de kwetsbare positie van verweerster door haar ziekte en de onvoldoende naleving van re-integratieverplichtingen door verzoekster, waren de verwijten aan verweerster onvoldoende zwaarwegend om tot ontbinding over te gaan. De rechtbank concludeerde dat het verzoek tot ontbinding moest worden afgewezen en dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen vanwege onvoldoende gewichtige redenen en niet nagekomen re-integratieverplichtingen door de werkgever.