ECLI:NL:RBSHE:2008:BD6901

Rechtbank 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
14 juli 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
01/853024-08
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 311 SrArt. 300 SrArt. 27 Sr
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak diefstal en mishandeling wegens ontbreken wederrechtelijk oogmerk en onvoldoende bewijs

Op 10 mei 2008 werd verdachte ten laste gelegd van diefstal van een GSM en mishandeling van een persoon in Boxtel. De officier van justitie eiste 39 dagen jeugddetentie en tenuitvoerlegging van een plaatsing in een inrichting voor jeugdigen.

De rechtbank oordeelde dat weliswaar bewezen kon worden dat verdachte de telefoon had weggenomen, maar dat niet vaststond dat hij of zijn medeplichtigen op dat moment het oogmerk hadden van wederrechtelijke toe-eigening. Verdachte had verklaard de telefoon te willen bekijken of ruilen, waardoor het oogmerk mogelijk pas later ontstond. Dit maakte een bewezenverklaring van diefstal onmogelijk.

Ten aanzien van de mishandeling was er onvoldoende bewijs dat verdachte de dader was. Getuigenverklaringen en fotoconfrontaties leverden geen herkenning op, en het signalement was onvoldoende specifiek. De rechtbank sprak verdachte vrij van beide feiten en wees de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke veroordeling af.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van diefstal en mishandeling wegens ontbreken van wederrechtelijk oogmerk en onvoldoende bewijs.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH
Sector Strafrecht
Parketnummer: 01/853024-08
Parketnummer vordering: 01/853052-07
Datum uitspraak: 14 juli 2008
Vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
wonende te [woonplaats], [adres].
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 30 juni 2008.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.
De tenlastelegging.
De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 4 juni 2008.
Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 10 mei 2008 te Boxtel tezamen en in vereniging met een
ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke
toe-eigening heeft weggenomen een GSM, in elk geval enig goed, geheel of ten
dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan
verdachte en/of zijn mededader(s);
(artikel 311 Wetboek Pro van Strafrecht) ;
2.
hij op of omstreeks 10 mei 2008 te Boxtel opzettelijk mishandelend een persoon
(te weten [slachtoffer 2]), meermalen, althans eenmaal, ( met tot vuist
gebalde hand(en) ) tegen zijn gezicht heeft geslagen, waardoor deze letsel
heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;
(artikel 300 Wetboek Pro van Strafrecht) ;
De vordering na voorwaardelijke veroordeling.
De zaak met parketnummer 01/853052-07 is aangebracht bij vordering van 23 mei 2008. Deze vordering heeft betrekking op het vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank te 's-Hertogenbosch d.d. 15 februari 2008. Een kopie van de vordering is aan dit vonnis gehecht.
De formele voorvragen.
Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vordering worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.
De officier van justitie eist.
Ten aanzien van de feiten 1 en 2:
- 39 dagen jeugddetentie met aftrek conform artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht;
Ten aanzien van de vordering na voorwaardelijke veroordeling:
- tenuitvoerlegging van de plaatsing in een inrichting voor jeugdigen voor de duur van 2 jaar.
De bewijsbeslissing.
De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder 1 en 2 is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.
Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde is de rechtbank van oordeel dat weliswaar wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte de telefoon van [slachtoffer 1] heeft weggenomen, maar niet dat op dat moment het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening bestond bij hem of bij iemand met wie hij bewust en nauw samenwerkte. Naar het oordeel van de rechtbank valt niet uit te sluiten dat het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening later plaatsvond dan het moment dat verdachte de telefoon heeft gepakt. Niet valt uit te sluiten dat verdachte in aanvang de bedoeling had de telefoon te bekijken of te willen ruilen, zoals verdachte bij de politie en ter terechtzitting heeft verklaard.
In een dergelijke situatie komt de rechtbank niet tot een bewezenverklaring van de diefstal van de telefoon. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat zij in dit geval eerder denkt aan een verduistering, maar dit is door de officier van justitie niet ten laste gelegd, zodat de rechtbank daarover geen oordeel kan geven.
Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte op 10 mei 2008 de bestuurder van de bromfiets is geweest en de in de tenlastelegging genoemde [slachtoffer 2] heeft mishandeld. Verdachte heeft verklaard dat hij op een bepaald moment de bromfiets van zijn moeder bij een flat in Boxtel heeft achtergelaten, dat deze bromfiets bij terugkomst is verdwenen en dat hij deze een tijd later beschadigd heeft teruggevonden.
De rechtbank is van oordeel dat het door de aangever en de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] opgegeven signalement van de dader te weinig specifiek is en onvoldoende overeenkomt met het door andere getuigen in het dossier gegeven signalement van verdachte die avond.
Bovendien hebben aangever Van [slachtoffer 2] en getuige [getuige 1] verdachte bij een fotoconfrontatie niet herkend als de dader van de mishandeling.
Motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling 01/85305207.
De vordering voldoet aan alle wettelijke eisen. Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd tot behandeling van deze vordering. Uit onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De rechtbank zal de gevorderde tenuitvoerlegging afwijzen nu de rechtbank verdachte vrij zal spreken ten aanzien van de feiten op de dagvaarding met parketnummer 01/853024-08.
DE UITSPRAAK
BESLISSING:
T.a.v. feit 1, feit 2:
Vrijspraak, achtende de rechtbank het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen.
Beslissing na voorwaardelijke veroordeling:
Afwijzing van de vordering met parketnummer 01/853052-07 van de officier van justitie d.d. 23 mei 2008.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. K. Visser, voorzitter, tevens kinderrechter-plv.,
mr. M. Lammers en mr. F. van Laanen, leden,
in tegenwoordigheid van L. Scholl, griffier,
en is uitgesproken op 14 juli 2008.