ECLI:NL:RBSHE:2008:BC8844
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verjaring van terugvordering bijstandsvordering na faillissementsopheffing
Eiser ontving een bijstandsuitkering en werd geconfronteerd met een terugvordering van een openstaande vordering van de gemeente Valkenswaard. De gemeente had een bedrag van € 1.310,60 vastgesteld als openstaande schuld en hield maandelijks € 50,00 in op de uitkering van eiser. Eiser stelde dat de vordering was verjaard op grond van artikel 3:309 BW Pro, omdat de gemeente na een bepaalde datum geen geldige stuitingshandeling had verricht.
De rechtbank stelde vast dat de verjaringstermijn van vijf jaar was aangevangen met het terugvorderingsbesluit van 29 juni 1998 en dat deze was gestuit door een brief van 9 augustus 2001. De gemeente stelde dat een brief van 30 juli 2002 aan de curator eveneens een stuitingshandeling was, maar de rechtbank oordeelde dat deze brief niet rechtsgeldig was als stuiting omdat het faillissement inmiddels was opgeheven en de curator niet meer bevoegd was.
Daarmee was de verjaringstermijn verlopen op 9 augustus 2006, en het besluit van 9 januari 2007 viel buiten deze termijn. De rechtbank verklaarde het beroep van eiser gegrond, vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit. Tevens werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond wegens verjaring van de vordering en vernietigt het besluit tot inhouding op de bijstandsuitkering.