ECLI:NL:RBSHE:2008:BC6776
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering na vaststellingsovereenkomst over brandschade en letsel
Deze civiele zaak betreft de afwikkeling van de gevolgen van een brand op 15 oktober 2002 waarbij eiser gewond raakte en schade leed. Eiser vordert dat de eigenaar van de schuur aansprakelijk wordt gesteld voor alle materiële en immateriële schade.
Gedaagde stelt dat na het uitbrengen van de dagvaarding in november 2006 een vaststellingsovereenkomst is gesloten op 13 juni 2007, waarbij een bedrag van €65.000,- is betaald ter finale kwijting van alle schade. Tijdens de comparitie verschenen gedaagde en een zwager die gedetailleerd de totstandkoming van de overeenkomst toelichtten, ondersteund door documenten zoals de overeenkomst, betalingsopdrachten en een handgeschreven verklaring van ontvangst van contant geld.
Eiser verscheen niet ter comparitie en zijn raadsman kon de sluiting van de overeenkomst niet bevestigen, betwistte de geldigheid van de handtekening en vond het ongebruikelijk dat de schikking buiten de advocaten om was getroffen. De rechtbank achtte de betwisting onvoldoende gemotiveerd en concludeerde dat de vaststellingsovereenkomst rechtsgeldig is gesloten en uitgevoerd. Hierdoor is het recht van eiser om schade te vorderen verwerkt en worden zijn vorderingen afgewezen.
De vordering in reconventie van gedaagde tot opheffing van conservatoir beslag wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat deze niet tijdig is ingesteld. Beide partijen worden veroordeeld in de proceskosten, waarbij eiser in conventie en gedaagde in reconventie de kosten dragen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af wegens sluiting en uitvoering van een vaststellingsovereenkomst met finale kwijting.