ECLI:NL:RBSHE:2007:BQ3259
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.J.H. Bruggink
- Rechtspraak.nl
Medische aansprakelijkheid bij indicatiestelling chemonucleolyse en deskundigenrapporten
In deze civiele procedure staat de medische aansprakelijkheid centraal rondom de indicatiestelling voor chemonucleolyse bij eiseres [partij A]. De rechtbank heeft een deskundige benoemd, prof. dr. [K], die concludeert dat de betrokken artsen, dr. [C] en dr. [H], op basis van anamnestische gegevens en klinisch onderzoek een voldoende indicatie konden stellen, ook al was er geen radiologisch bewijs van wortelcompressie.
[Partij A] betwist de deskundigenrapporten en stelt dat het rapport van prof. dr. [K] niet voldoet aan de eisen, onderbouwd door een medisch adviseur. De rechtbank verwerpt deze bezwaren en acht het rapport deugdelijk en overtuigend gemotiveerd. De rechtbank wijst erop dat het enkele feit dat de behandeling niet gebruikelijk was, niet betekent dat er sprake is van onzorgvuldig handelen.
De rechtbank besluit aanvullende vragen te stellen aan dr. [D], een andere deskundige, om nader te onderzoeken of de indicatie voor chemonucleolyse destijds terecht is gesteld en wat de invloed is van de later uitgevoerde spondylodese op het klachtenpatroon. De zaak wordt aangehouden tot het aanvullend deskundigenrapport is ingediend.
Uitkomst: De rechtbank houdt de zaak aan en draagt op tot het indienen van een aanvullend deskundigenrapport.