ECLI:NL:RBSHE:2007:BB9780
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie wegens overschrijding redelijke termijn in valsheid in geschrift
De rechtbank 's-Hertogenbosch behandelde een strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van valsheid in geschrift in de periode 2003-2004, waarbij valselijke analyserapporten en begeleidingsformulieren met betrekking tot mestonderzoek werden gebruikt. De zaak werd aanhangig gemaakt met een dagvaarding van 1 november 2007.
De verdediging voerde als preliminair verweer aan dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk moest worden verklaard wegens een overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. De rechtbank stelde vast dat de redelijke termijn begon te lopen op 2 december 2004, de datum van de eerste doorzoeking en verhoor van verdachte. Tussen het sluiten van het onderzoek op 1 december 2005 en de dagvaarding op 1 november 2007 was een periode van twee jaar inactiviteit aan de zijde van het OM.
De rechtbank oordeelde dat deze overschrijding van twaalf maanden niet te rechtvaardigen was door bijzondere omstandigheden, noch door gedragingen van verdachte. De complexiteit van de zaak rechtvaardigde de overschrijding ook niet. Gelet op het nadeel dat verdachte hierdoor heeft ondervonden en de toezeggingen van het OM, werd het belang van een redelijke termijn zwaarder gewogen dan het belang van normhandhaving. Daarom werd het OM niet ontvankelijk verklaard in de vervolging.
Uitkomst: Het openbaar ministerie wordt niet ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de redelijke termijn.