ECLI:NL:RBSHE:2007:BB2253

Rechtbank 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
24 augustus 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
01/741879-07
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 164 Wegenverkeerswet 1994Art. 20 Reglement verkeersregels en verkeerstekensArt. 21 Reglement verkeersregels en verkeerstekensArt. 22 Reglement verkeersregels en verkeerstekensArt. 62 juncto Bord A1 Reglement verkeersregels en verkeerstekens
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling klaagschrift tegen inhouding rijbewijs wegens excessieve snelheid

Op 27 juni 2007 is het rijbewijs van klager ingevorderd wegens het rijden met een gecorrigeerde snelheid van 173 km/u buiten de bebouwde kom van de gemeente Kerkdriel, waar een maximumsnelheid van 80 km/u geldt. De officier van justitie in het arrondissement 's-Hertogenbosch heeft het rijbewijs vervolgens op 3 juli 2007 inhoudelijk ingehouden.

Klager heeft een klaagschrift ingediend bij de rechtbank 's-Hertogenbosch, ondanks dat de overtreding in het arrondissement Arnhem plaatsvond. De rechtbank oordeelt dat zij bevoegd is omdat klager redelijkerwijs mocht aannemen dat zijn klaagschrift bij deze rechtbank moest worden ingediend en verwijzing naar een ander gerecht met onnodige vertraging zou leiden.

De rechtbank bevestigt dat de invordering van het rijbewijs terecht was op grond van artikel 164, tweede lid, Wegenverkeerswet 1994, vanwege de overschrijding van de maximumsnelheid met meer dan 70 km/u. De inhouding door de officier van justitie was eveneens bevoegd. Echter, gelet op het belang van klager bij het behoud van zijn rijbewijs voor zijn werk en de mogelijkheid dat de strafrechter geen onvoorwaardelijke ontzegging zal opleggen, verklaart de rechtbank het klaagschrift gegrond en beveelt de onmiddellijke teruggave van het rijbewijs.

De rechtbank benadrukt dat deze beslissing niet uitsluit dat de strafrechter alsnog een onvoorwaardelijke ontzegging kan opleggen. De uitspraak is gedaan in openbare raadkamer op 24 augustus 2007 door rechter I.L.P. Crombeen.

Uitkomst: Het klaagschrift wordt gegrond verklaard en het rijbewijs wordt onverwijld aan klager teruggegeven.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH
Sector Strafrecht
Parketnummer: 01/741879-07
Deze beschikking betreft een op 1 augustus 2007 ter griffie van deze rechtbank ingediend klaagschrift, als bedoeld in artikel 164, achtste lid, van de Wegenverke 1994 van:
[klager]
[geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,
[adres]
Inleiding
Het klaagschrift strekt tot teruggave van het rijbewijs van klager, dat op 27 juni 2007 is ingevorderd door de politie.
De officier van justitie in dit arrondissement heeft genoemd rijbewijs ingehouden.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafdossier met bovenstaand parketnummer.
Het klaagschrift is op 17 augustus 2007 in openbare raadkamer behandeld. Door de verdediging is gepersisteerd bij het klaagschrift. De officier van justitie heeft zich verzet tegen de inwilliging van het klaagschrift. Van het verhandelde is proces-verbaal opgemaakt, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt.
De bevoegdheid
In artikel 164, achtste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 is bepaald dat een klaagschrift kan worden ingediend ter griffie van de rechtbank in het arrondissement waar het in het eerste lid van dat artikel bedoelde feit werd begaan, en anders ter griffie van het gerecht in feitelijke aanleg waarvoor de vervolging plaatsvindt, dan wel het laatst plaatsvond. Uit de thans voorhanden zijnde stukken blijkt dat de overtreding waarvan klager wordt verdacht is geconstateerd in de gemeente Kerkdriel (gelegen in het arrondissement Arnhem). De beslissing tot inhouding van het rijbewijs van klager is genomen door de officier van justitie te ’s-Hertogenbosch. Klager is van deze beslissing schriftelijk op de hoogte gebracht en daarin attent gemaakt op de mogelijkheid om hiertegen een bezwaarschrift in te dienen bij de rechtbank ‘s-Hertogenbosch. De rechtbank is van oordeel dat klager hieruit in redelijkheid de conclusie heeft kunnen trekken dat hij zijn klaagschrift diende te richten tot de rechtbank ’s-Hertogenbosch. Daarbij komt dat de rechtbank het doorverwijzen van klager naar een ander gerecht -met vertraging als onvermijdelijk gevolg- in strijd acht met de bedoeling van de wetgever. De procedure van artikel 164, achtste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 is immers juist bedoeld om belanghebbenden in staat te stellen zo spoedig mogelijk een (voorlopig) rechterlijk oordeel te verkrijgen over de wijze waarop de officier van justitie gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid als omschreven in het vierde lid van genoemd artikel.
De beoordeling
Blijkens het door de politie opgemaakte proces-verbaal van invordering is het rijbewijs van klager ingevorderd omdat klager als bestuurder van een personenauto daarmee heeft gereden buiten de bebouwde kom van de gemeente Kerkdriel met een (gecorrigeerde) snelheid van 173 km/h, zulks terwijl ter plaatse slechts een snelheid van 80 km/h was toegestaan.
In voormeld proces-verbaal wordt als grondslag voor de invordering van het rijbewijs genoemd overtreding van artikel 20/21/22 dan wel artikel 62 juncto Pro Bord A1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens. Genoemde artikelen bieden geen rechtsgrond voor een dergelijke invordering. De politie was in het onderhavige geval echter op grond van artikel 164, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (excessieve snelheidsovertreding) gehouden het rijbewijs van klager op genoemde datum in te vorderen, zodat de invordering terecht is geschied.
De officier van justitie heeft op 3 juli 2007, zijnde binnen tien dagen na de invordering en derhalve tijdig, beslist tot inhouding van het rijbewijs van klager.
Ingevolge het vierde lid van artikel 164 Wegenverkeerswet Pro 1994 is de officier van justitie bevoegd een rijbewijs in te houden onder meer in het geval dat de maximumsnelheid met zeventig kilometer of meer is overschreden. Het rijbewijs van klager is dan ook terecht ingehouden.
De rechtbank is echter van oordeel dat, gelet op het belang dat klager heeft bij behoud van zijn rijbewijs (ten behoeve van zijn werk), ernstig rekening gehouden moet worden met de mogelijkheid dat de strafrechter, later oordelend, klager geen onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen zal opleggen, dan wel geen onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen zal opleggen van langere duur dan de tijd gedurende welke het rijbewijs ingevorderd en ingehouden is geweest. Om die reden zal de rechtbank het klaagschrift gegrond verklaren.
Het vorenstaande laat echter onverlet de mogelijkheid dat de strafrechter, later oordelend, overgaat tot het opleggen van een onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen.
De beslissing
De rechtbank:
* verklaart het beklag gegrond en
* gelast de onverwijlde teruggave van het ingehouden rijbewijs aan [klager]
Deze beslissing is gegeven door mr. I.L.P. Crombeen, rechter, in tegenwoordigheid van W. Kort-van Welzen, griffier, en is uitgesproken in openbare raadkamer van 24 augustus 2007.
De griffier is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.