ECLI:NL:RBSHE:2007:BA8239

Rechtbank 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
27 juni 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
geen
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
  • J.H.W. Rullmann
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38 lid 4 Wet op de RechtsbijstandArt. 30 Wet Tarieven in Burgerlijke Zaken
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beperking eigen bijdrage bij gefinancierde rechtshulp tot maximaal forfaitaire vergoeding

In deze zaak ging het om de incasso van de eigen bijdrage van € 677,00 die door de Raad voor Rechtsbijstand aan de rechtzoekende was opgelegd, waarvan € 377,00 als voorschot was voldaan. De Raad stelde de vergoeding forfaitair vast op € 491,15 en verrekende dit bedrag met de eigen bijdrage.

De rechtbank overwoog dat het niet de bedoeling is dat een rechtzoekende die een toevoeging heeft gekregen, meer aan eigen bijdrage betaalt dan wanneer hij geen toevoeging had aangevraagd. Evenmin mag de advocaat meer ontvangen dan de forfaitair vastgestelde vergoeding.

Op grond van artikel 38 lid 4 van Pro de Wet op de Rechtsbijstand en artikel 30 van Pro de Wet Tarieven in Burgerlijke Zaken mag de advocaat bij verhaal van de eigen bijdrage nooit meer in rekening brengen dan het verschuldigde salaris, berekend naar belang, moeilijkheid en tijdsbesteding. In deze zaak werd het salaris begroot op € 150 per uur en de tijdsbesteding op 1 uur en 55 minuten, wat leidde tot een maximaal in rekening te brengen bedrag van € 380,99.

Na verrekening van het voorschot resteerde een bedrag van € 3,99 dat nog betaald moest worden. De rechtbank stelde dit bedrag als de nader vastgestelde eigen bijdrage vast en verklaarde de beslissing uitvoerbaar op de minuut.

De uitspraak benadrukt dat in zeldzame gevallen de advocaat mogelijk minder ontvangt dan de volledige forfaitaire vergoeding, maar dit is een gevolg van het systeem van gefinancierde rechtshulp waarbij de advocaat toch een volledige honorering voor zijn werkzaamheden ontvangt.

Uitkomst: De rechtbank stelde de eigen bijdrage van de rechtzoekende nader vast op € 3,99 en verklaarde deze beslissing uitvoerbaar op de minuut.

Uitspraak

RECHTBANK ’s-HERTOGENBOSCH
De president van de rechtbank te ’s-Hertogenbosch:
1. Gezien het verzoek van mr. [X] te A tot nadere vaststelling en tot het geven van een bevel tot tenuitvoerlegging van de declaratie van € 677,00 ten laste van [NN] te A.
2. Overwegende:
2.1. Het gaat hier om de incasso van de door de Raad voor Rechtsbijstand aan de rechtzoekende opgelegde eigen bijdrage van € 677,00, waarvan € 377,00 als voorschot werd voldaan.
De Raad voor Rechtsbijstand stelde de vergoeding forfaitair vast op € 491,15, en verrekende die geheel (voor € 491,15) met de opgelegde eigen bijdrage.
2.2. Het kan nimmer de bedoeling zijn dat een rechtzoekende die een toevoeging heeft verkregen, méér aan kosten van rechtsbijstand kwijt is, dan ingeval hij geen toevoeging van een advocaat zou hebben verzocht. Evenmin is het de bedoeling dat de advocaat ten laste van de rechtzoekende méér ontvangt dan de door de Raad voor Rechtsbijstand forfaitair vastgestelde vergoeding.
2.3. In overeenstemming hiermee kan op grond van artikel 38 lid 4 van Pro de Wet op de Rechtsbijstand en de verwijzing daarin naar artikel 30 van Pro de Wet Tarieven in Burgerlijke Zaken, de advocaat bij verhaal van de aan de cliënt opgelegde eigen bijdrage nimmer méér in rekening brengen dan het hem verschuldigde salaris, naar mate van het belang en de moeijelijkheid der zaken, mitsgaders van den tijd, welke daaraan besteed heeft moeten worden. Bij afweging van deze factoren moet dat salaris in zaken als de onderhavige begroot worden op € 150,00 per uur.
2.4. In de onderhavige toevoegingszaak, waarin de advocaat opgaf 1:55 uur te hebben besteed, leidt dat tot de volgende afrekening:
Salaris ingeval geen toevoeging 1:55 uur x € 150,- € 287,50
Diverse kosten begroot cfm. vaste kostenvergoeding € 32,66 € 320,16
btw 19% € 60,83
Maximaal in rekening te brengen € 380,99
In rekening gebracht en betaald voorschot € 377,00
Nog te betalen € 3,99
2.4. In de op zich genomen zeldzame gevallen als deze zal, indien de Raad voor Rechtsbijstand geen ruimte ziet om de eigen bijdrage nader vast te stellen op hetgeen in deze beschikking als maximum werd vastgesteld (€ 380,99), de advocaat weliswaar € 110,16 minder ontvangen dan de volledige forfaitaire vergoeding op grond van de Wet op de Rechtsbijstand, maar dat is dan het gevolg van het systeem van de gefinancierde rechtshulp. De advocaat ontvangt nog altijd een volledige honorering voor zijn werkzaamheid.
Beslissende:
Stelt het bedrag van het thans door [NN] nog te betalen gedeelte van de eigen bijdrage nader vast op € 3,99 (drie euro en negenennegentig eurocent);
Verklaart deze beslissing uitvoerbaar op de minuut.
’s-Hertogenbosch, 27 juni 2007,
De president, (mr. J.H.W. Rullmann, fgd.)