ECLI:NL:RBSHE:2007:BA1221
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- S. van Lokven
- C.B.M. Bruens
- A.F. van Hoorn
- Rechtspraak.nl
Veroordeling moeder voor mishandeling en opzettelijke benadeling gezondheid minderjarige kinderen
De rechtbank 's-Hertogenbosch behandelde de zaak tegen een vrouw die tussen 1 januari 2001 en 28 juni 2005 haar minderjarige kinderen mishandelde en hun gezondheid opzettelijk benadeelde. De mishandelingen bestonden uit slaan, knijpen, krassen, gooien en andere handelingen die letsel en pijn veroorzaakten. Daarnaast kreeg zij hen onvoldoende verzorging en te weinig eten.
De rechtbank baseerde haar oordeel op verklaringen van de kinderen, een raadsonderzoeker van de Raad voor de Kinderbescherming, een lerares en een buurman die getuige was van mishandeling. Ondanks het verweer van de verdachte en haar raadsman, achtte de rechtbank het bewijs wettig en overtuigend.
De officier van justitie eiste een werkstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden met een proeftijd van drie jaar en reclasseringstoezicht. De rechtbank legde een lagere straf op: een werkstraf van 180 uur (subsidiair 90 dagen hechtenis) en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van drie jaar, inclusief een bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht en ambulante GGZ-behandeling.
Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met de ernst van de feiten, de kwetsbare positie van de kinderen en het leed dat zij hadden geleden. Tegelijkertijd werd rekening gehouden met een rapport dat stelde dat de verdachte in verminderde mate toerekeningsvatbaar is en haar bereidheid tot behandeling.
De straf heeft tot doel enerzijds de ernst van het misdrijf te benadrukken en anderzijds recidive te voorkomen door gedragsbeïnvloeding via toezicht en behandeling.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 180 uur werkstraf en 6 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf met proeftijd en reclasseringstoezicht wegens mishandeling en benadeling van haar minderjarige kinderen.