ECLI:NL:RBSHE:2007:AZ8957

Rechtbank 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
21 februari 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
01/845159-06
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • J.A. van Biesbergen
  • G.J. Holtkamp
  • A.W.H. van Velzen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287 SrArt. 302 SrArt. 47 SrArt. 45 SrArt. 141 Sr
Verwijzingen
11 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak en werkstraf voor openlijk geweld op voetbalveld

Op 17 april 2006 vond een vechtpartij plaats op het voetbalveld van LSV te Boxtel waarbij verdachte samen met anderen geweld gebruikte tegen een slachtoffer. Verdachte werd primair beschuldigd van poging tot doodslag of zwaar lichamelijk letsel, subsidiair van openlijk geweld in vereniging.

De rechtbank oordeelde dat het primair tenlastegelegde niet wettig en overtuigend was bewezen en sprak verdachte daarvan vrij. Wel achtte de rechtbank bewezen dat verdachte openlijk in vereniging geweld had gepleegd tegen het slachtoffer door hem met kracht naar de grond te duwen en vervolgens met geschoeide voet te schoppen en te trappen terwijl het slachtoffer op de grond lag.

De rechtbank legde aan verdachte een werkstraf van 200 uur op, subsidiair 100 dagen hechtenis, met aftrek van de tijd in voorarrest. Daarnaast werd een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden met een proeftijd van twee jaar opgelegd voor het primair tenlastegelegde en 3 maanden voorwaardelijk met dezelfde proeftijd voor het subsidiair bewezen verklaarde openlijk geweld. De straf weerspiegelt de ernst van het feit, maar houdt rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het feit dat het een eenmalige misstap betreft.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van poging tot doodslag en veroordeeld voor openlijk geweld met een werkstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf.

Uitspraak

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH
Parketnummer: 01/845159-06
Uitspraakdatum: 21 februari 2007
VERKORT VONNIS
Verkort vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaatsaats] op 11 augustus 1984,
wonende te [adres].
Dit vonnis is op tegenspraak
gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 7 februari 2007.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht
.
De tenlastelegging.
De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 23 augustus 2006. Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 17 april 2006 te Boxtel ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet meermalen, althans eenmaal, voornoemde [slachtoffer] (met geschoeide voet) in/tegen het gezicht en/of het hoofd en/of de rug en/of het lichaam heeft geschopt en/of getrapt en/of (een) knietje(s) in/tegen het gezicht heeft gegeven (terwijl voornoemde [slachtoffer] op de grond lag), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
(art 287/302/47/45 Wetboek van Strafrecht)
Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 17 april 2006 te Boxtel met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Mijlstraat, in elk geval op of aan een openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats of in een voor het publiek toegankelijke ruimte, te weten het voetbalveld van LSV, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer], welk geweld bestond uit het meermalen, althans eenmaal,
- (met kracht) naar de grond duwen en/of brengen van die [slachtoffer] en/of
- (vervolgens) (met geschoeide voet) in/tegen het gezicht en/of het hoofd en/of de rug en/of het lichaam van die [slachtoffer] schoppen en/of trappen (terwijl voornoemde [slachtoffer] op de grond lag) en/of
- geven van een knietje in/tegen het gezicht en/of het lichaam van die [slachtoffer] (terwijl voornoemde [slachtoffer] op de grond lag);
(art 141 Wetboek Pro van Strafrecht)
De geldigheid van de dagvaarding.
De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen.
De bevoegdheid van de rechtbank.
Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.
De ontvankelijkheid van de officier van justitie.
Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.
Schorsing der vervolging.
Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.
De bewijsbeslissing.
ten aanzien van het primair tenlastegelegde
Uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte en enkele andere personen aan een vecht-partij hebben deelgenomen waarbij geweld is gebruikt tegen het slachtoffer [slachtoffer]. Niet is gebleken dat tussen verdachte en de andere geweldplegers een zodanige nauwe en bewuste samenwerking is geweest en dat er tussen hen sprake was van een zodanige gezamenlijke uitvoering van het geweld tegen [slachtoffer], dat dit handelen medeplegen, als bedoeld in artikel 47 eerste Pro lid aanhef en onder 1 van het Wetboek van Strafrecht, oplevert.
Het primair tenlastegelegde acht de rechtbank dan ook niet wettig en overtuigend bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
De bewezenverklaring.
De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte
op 17 april 2006 te Boxtel met anderen, op of aan de openbare weg de Mijlstraat en op een voor het publiek toegankelijke plaats, te weten het voetbalveld van LSV, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer], welk geweld bestond uit het meermalen, althans eenmaal,
- (met kracht) naar de grond duwen en/of brengen van die [slachtoffer] en
- vervolgens met geschoeide voet in/tegen het gezicht en/of het hoofd en/of de rug en/of het lichaam van die [slachtoffer] schoppen en/of trappen terwijl voornoemde [slachtoffer] op de grond lag en
- geven van een knietje in/tegen het gezicht en/of het lichaam van die [slachtoffer] terwijl voornoemde [slachtoffer] op de grond lag.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.
De kwalificatie.
Het bewezen verklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.
De strafbaarheid.
Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van het feit of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.
Toepasselijke wetsartikelen.
De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27 en 141 van het Wetboek van Strafrecht.
DE OVERWEGINGEN DIE TOT DE BESLISSING HEBBEN GELEID
De eis van de officier van justitie.
ten aanzien van het primair tenlastegelegde
* 4 maanden gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
* 200 uur werkstraf subsidiair 100 dagen hechtenis met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
De op te leggen straf(fen) en/of maatregel(en).
Bij de beslissing over de straffen die aan verdachte dienen te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op:
a. de aard van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan,
b. de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
Bij de strafoplegging zal de rechtbank in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheden.
ten bezware van verdachte:
* de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;
* verdachte heeft inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers;
* verdachte is er niet voor teruggeschrokken om geweld tegen een medemens te gebruiken;
strafmatigende omstandigheden
* verdachte is niet de initiatiefnemer van het door hem gepleegde strafbare feit geweest;
* het door verdachte gepleegde strafbare feiten gelet op de persoon van verdachte kennelijk gezien worden als een eenmalige misstap;
* verdachte werd niet eerder voor enig delict veroordeeld.
Met betrekking tot de op te leggen gevangenisstraf zal de rechtbank bepalen dat die straf niet zal worden tenuitvoer-gelegd mits verdachte zich gedurende een hierna vast te stellen proeftijd aan de voorwaarde houdt dat hij zich niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken. De rechtbank wil met een en ander enerzijds de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feiten tot uitdrukking brengen en anderzijds door invloed uit te oefenen op het gedrag van de verdachte het door verdachte opnieuw plegen van een strafbaar feit tegengaan.
DE UITSPRAAK
Vrijspraak, achtende de rechtbank het primair tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen.
Verklaart het subsidiair tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:
ten aanzien van het subsidiair bewezen verklaarde
* Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen [artikel 141 eerste Pro lid van het Wetboek van Strafrecht].
Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.
BESLISSING:
ten aanzien van het subsidiair bewezen verklaarde
* Gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
* Werkstraf voor de duur van 200 uren subsidiair 100 dagen hechtenis met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht. De rechtbank waardeert een in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebrachte dag op 2 uur te verrichten arbeid.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. J.A. van Biesbergen, voorzitter,
mr. G.J. Holtkamp en mr. A.W.H. van Velzen, leden,
in tegenwoordigheid van H.A. van Neerven, griffier
en is uitgesproken op 21 februari 2007.
Mr. Van Velzen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Parketnummer: 01/845159-06 pag. 4
[verdachte]