ECLI:NL:RBSHE:2006:AY0169
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak groepsverkrachting, veroordeling ontuchtige handelingen minderjarige
De rechtbank 's-Hertogenbosch behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van groepsverkrachting en ontuchtige handelingen met een minderjarig meisje van 12 tot 16 jaar.
De rechtbank sprak verdachte vrij van groepsverkrachting omdat niet wettig en overtuigend was bewezen dat sprake was van dwang door geweld of bedreiging. Uit verklaringen bleek dat het slachtoffer vrijwillig met de verdachten meeging en geen verzet bood, hoewel zij later aangaf de seksuele handelingen niet te willen. Er was geen bewijs van opsluiting, vasthouding of een bedreigende sfeer die dwang kon rechtvaardigen.
Wel werd bewezen verklaard dat verdachte ontuchtige handelingen had gepleegd met het minderjarige slachtoffer, zonder dat zij haar instemming duidelijk had gegeven. De rechtbank oordeelde dat onder de omstandigheden sprake was van ontuchtige handelingen conform artikel 245 Sr Pro, mede gezien het leeftijdsverschil en de context.
De strafmaat bestond uit een gevangenisstraf van 9 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht. Daarnaast werd een taakstraf van 160 uur opgelegd, met een vervangende hechtenis van 40 dagen. De vordering van het slachtoffer werd niet-ontvankelijk verklaard voor zover deze niet bij de burgerlijke rechter was ingediend.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van groepsverkrachting, veroordeeld tot 9 maanden gevangenisstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk en een taakstraf voor ontuchtige handelingen met een minderjarige.