ECLI:NL:RBSHE:2006:AY0157
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Raadkamer
- M.L.W.M. Viering
- J.W.H. Renneberg
- M. Lammers
- Rechtspraak.nl
Beslissing over vergoeding voor voorlopige hechtenis en vermogensschade na vrijspraak
Verzoeker is op 30 september 2004 vrijgesproken van de hem ten laste gelegde feiten. Hij diende een verzoek in op grond van artikel 89 Sv Pro voor een geldelijke tegemoetkoming vanwege de door hem ondergane voorlopige hechtenis van 182 dagen van 1 april tot en met 30 september 2004.
De rechtbank acht het verzoek ontvankelijk en overweegt dat wijziging en aanvulling van het verzoek mogelijk is, ook op basis van feiten die reeds bekend waren bij het oorspronkelijke verzoek. De officier van justitie had bezwaar tegen de ontvankelijkheid van het aanvullend verzoek tot vergoeding van vermogensschade.
De rechtbank oordeelt dat geen geldelijke vergoeding wordt toegekend voor de voorlopige hechtenis omdat verzoeker nog een openstaande straf moet ondergaan. De dagen in voorlopige hechtenis worden daarom in mindering gebracht op deze straf. Wel wordt een vergoeding van €2.895,62 toegekend voor de vermogensschade die verzoeker leed doordat hij niet kon deelnemen aan het arbeidsprogramma in de gevangenis tijdens de voorlopige hechtenis.
De beslissing is genomen onder toepassing van artikelen 89 en 90 van het Wetboek van Strafvordering en houdt rekening met de omstandigheden van verzoeker en de wettelijke kaders.
Uitkomst: De rechtbank kent een vergoeding van €2.895,62 toe voor vermogensschade en brengt 182 dagen voorlopige hechtenis in mindering op de openstaande straf.