ECLI:NL:RBSHE:2006:AW1871
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Kort geding
- J.H.W. Rullmann
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke toewijzing vordering over bestemming as na overlijden
De zaak betreft een geschil over de lijkbezorging van vader X, overleden in 2005. Eiser, een zoon, wil de as van zijn vader uitstrooien bij het graf van zijn vooroverleden broer in Nederland, conform de wens van de overledene. De familie in Curaçao, vertegenwoordigd door gedaagde, wil de as (of een deel daarvan) naar Curaçao overbrengen voor een ceremonie.
Eiser heeft het crematorium gemachtigd en vordert in kort geding dat de as aan hem wordt afgegeven om de wens van de overledene te respecteren. Gedaagde voert verweer dat de wens van de overledene onduidelijk is en dat nabestaanden gezamenlijk moeten beslissen, met een voorkeur voor verdeling van de as.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de wens van vader X duidelijk is en door eiser en anderen is bevestigd. De wens van de familie is niet beslissend volgens artikel 18 van Pro de Wet op de Lijkbezorging. Omdat onmiddellijke toewijzing een onomkeerbare situatie schept, wijst de rechter de vordering voorwaardelijk toe, met een termijn van één maand voor gedaagde om een bodemprocedure te starten. Bij uitblijven daarvan mag eiser handelen volgens de wens van de overledene.
De vordering in reconventie tot verdeling van de as wordt afgewezen. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Vordering tot afgifte as en uitstrooiing conform wens overledene voorwaardelijk toegewezen met termijn voor bodemprocedure.