Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBSHE:2006:AV6389

Rechtbank 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
24 maart 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
01/045046/04
Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 Sr (oud)Art. 14a Sr (oud)Art. 14b Sr (oud)Art. 14c SrArt. 14d Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarde wegens afpersing

Op 24 maart 2006 heeft de rechtbank 's-Hertogenbosch verdachte veroordeeld voor het plegen van afpersing op 16 februari 2004 bij een bank in 's-Hertogenbosch. Verdachte bedreigde een bankmedewerker met een briefje waarin hij claimde een handgranaat bij zich te hebben en eiste geldbedragen. De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte zich schuldig maakte aan dit misdrijf.

De rechtbank legde een gevangenisstraf van één jaar voorwaardelijk op, met een proeftijd van twee jaar en een bijzondere voorwaarde dat verdachte zich moet laten begeleiden door de reclassering, inclusief eventuele behandeling bij de GGZ. Tevens werd de proeftijd verlengd met één jaar vanwege eerdere veroordelingen en het feit dat verdachte het strafbare feit tijdens een eerdere proeftijd beging.

De rechtbank nam bij de strafoplegging zowel verzwarende omstandigheden mee, zoals eerdere veroordelingen en de impact op het slachtoffer, als verzachtende omstandigheden, waaronder de bereidheid van verdachte tot behandeling vanwege psychische problemen. De voorlopige hechtenis van verdachte werd opgeheven, en de rechtbank verklaarde niet bewezen wat niet ten laste was gelegd.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één jaar met bijzondere voorwaarden en verlenging van de proeftijd met één jaar wegens afpersing.

Uitspraak

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH
Parketnummer dagvaarding: 01/045046-04
Parketnummer vordering: 01/065200/02
Uitspraakdatum: 24 maart 2006
VERKORT VONNIS
Verkort vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,
wonende te [woonplaats], [adres]
Dit vonnis is op tegenspraak
gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 5 oktober 2004 en 10 maart 2006.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte/veroordeelde naar voren is gebracht
.
De tenlastelegging.
De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 15 april 2004.
Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
1. hij op of omstreeks 16 februari 2004 te 's-Hertogenbosch met het oogmerk om
zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of
bedreiging met geweld [slachtoffer] en/of (een) andere medewerk(st)er(s) van de
ABN-AMRO bank heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van 5.000
Euro, althans enig geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele
toebehorende aan de ABN-AMRO bank, in elk geval aan een ander of anderen dan
aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin
bestond(en) dat hij, verdachte, aan die [slachtoffer] een briefje heeft overhandigd
met de volgende tekst: "Ik heb een handgranaat in mijn zak. Dit is een
overval. Ik wil 5000 Euro aan bankbiljetten zo niet laat ik hem hier binnen
vallen. Doe het geld in een zak. Sla geen alarm." (althans woorden van een
dergelijke dreigende aard/en of strekking);
(artikel 317 Wetboek Pro van Strafrecht)
De vordering na voorwaardelijke veroordeling.
De zaak met parketnummer 01/065200/02 is aangebracht bij vordering van 6 augustus 2004. Deze vordering heeft betrekking op het vonnis van de rechtbank te 's-Hertogenbosch d.d. 8 juli 2003. Een kopie van de vordering is aan dit vonnis gehecht.
De geldigheid van de dagvaarding.
De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen.
De bevoegdheid van de rechtbank.
Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.
De ontvankelijkheid van de officier van justitie.
Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.
Schorsing der vervolging.
Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.
De bewezenverklaring.
De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het feit heeft begaan zoals is weergegeven op het in dit vonnis opgenomen afgestreepte afschrift van de dagvaarding.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.
De kwalificatie.
Het bewezenverklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.
De strafbaarheid.
Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van het feit of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.
Toepasselijke wetsartikelen.
De beslissing is gegrond op de artikelen:
Wetboek van Strafrecht art. 10 (oud), 14a (oud), 14b (oud), 14c, 14d, 14g, 14h, 14i, 14j, 27, 317.
DE OVERWEGINGEN DIE TOT DE BESLISSING HEBBEN GELEID.
De eis van de officier van justitie.
Een gevangenisstraf voor de duur van 1 jaar, met aftrek van voorarrest, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar met als bijzondere voorwaarde toezicht van de reclassering, ook indien zulks een behandeling bij de GGZ inhoudt. Ten aanzien van de vordering na voorwaardelijke veroordeling; verlenging van de proeftijd met één jaar.
De op te leggen straf.
Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op:
a. de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan,
b. de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
Bij de strafoplegging zal de rechtbank enerzijds in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheden ten bezware van verdachte:
- de mate van het leed dat aan de slachtoffers is aangedaan, te weten een ernstige aantasting van de persoonlijke levenssfeer;
- verdachte heeft het onderhavige strafbare feit gepleegd tijdens de proeftijd van een eerdere veroordeling;
- verdachte werd terzake van strafbare feiten soortgelijk aan de door hem gepleegde feiten blijkens een hem betreffend uittreksel uit het algemeen documentatieregister reeds vele malen eerder veroordeeld, onder meer tot een langdurige gevangenisstraf.
Bij de strafoplegging zal de rechtbank anderzijds in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheden die tot matiging van de straf hebben geleid:
- verdachte heeft zich bereid getoond zich in verband met zijn psychische problemen zoals die uit de omtrent hem uitgebrachte rapportage naar voren zijn gekomen te laten behandelen;
- uit de omtrent de persoon van de verdachte uitgebrachte rapportage blijkt, dat het door verdachte gepleegde strafbare feit slechts in verminderde mate aan hem kan worden toegerekend.
Met betrekking tot de op te leggen gevangenisstraf zal de rechtbank bepalen dat die straf niet zal worden tenuitvoergelegd mits verdachte zich gedurende een hierna vast te stellen proeftijd aan de voorwaarde houdt dat hij zich niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken en de hierna te melden bijzondere voorwaarde naleeft. De rechtbank wil met een en ander enerzijds de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit tot uitdrukking brengen en anderzijds door invloed uit te oefenen op het gedrag van de verdachte het door verdachte opnieuw plegen van een strafbaar feit tegengaan.
Motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling.
De vordering voldoet aan alle wettelijke eisen. Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd tot behandeling van deze vordering. Uit onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.
In hetgeen ter terechtzitting aan de orde is gekomen, ziet de rechtbank aanleiding thans geen tenuitvoerlegging te gelasten, doch de vastgestelde proeftijd te verlengen met één jaar.
DE UITSPRAAK
Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.
Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:
Afpersing.
Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.
BESLISSING:
- een gevangenisstraf voor de duur van één jaar voorwaardelijk met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht met een proeftijd van twee jaren en de bijzondere voorwaarde:
dat veroordeelde zich gedurende voornoemde proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen hem te geven door of namens de Reclassering Nederland, Regio 's-Hertogenbosch, Leeghwaterlaan 14 te 's-Hertogenbosch, zolang deze instelling zulks noodzakelijk acht, ook indien zulks inhoudt dat veroordeelde een behandelingstraject volgt bij de GGZ.
Verleent aan de Reclassering voornoemd de opdracht als bedoeld in artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht.
Opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden. Deze voorlopige hechtenis is op 29 december 2004 reeds geschorst.
Beslissing na voorwaardelijke veroordeling:
Verlenging van de proeftijd, bepaald bij vonnis van de rechtbank te 's-Hertogenbosch d.d. 8 juli 2003, gewezen onder parketnummer 01/065200/02, met één jaar.
Dit vonnis is gewezen door,
mr. F.R. Jansen, voorzitter,
mr. E.C.M. de Klerk en mr. H.E.G. Peters, leden,
in tegenwoordigheid van G.A.M. de Laat, griffier
en is uitgesproken op 24 maart 2006.
Mr. Peters is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Parketnummer dagvaarding: 01/045046-04
Parketnummer vordering: 01/065200/02 pag. 5