ECLI:NL:RBSHE:2005:AT6453
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.A. van der Reijt
- K. Visser
- R.C. Stijnen
- Rechtspraak.nl
Veroordeling poging tot brandstichting in moskee en brandstichting in islamitische school
Op 6 november 2004 heeft verdachte een poging tot brandstichting gepleegd in een moskee en op 9 november 2004 brand gesticht in een islamitische basisschool in Uden. Deze feiten vonden plaats kort na de moord op Theo van Gogh, in een periode van verhoogde onrust door eerdere pogingen tot brandstichting op islamitische instellingen.
De rechtbank oordeelde dat het strafverzwarende bestanddeel van levensgevaar bij de poging tot brandstichting in de moskee niet wettig en overtuigend was bewezen, omdat niet kon worden vastgesteld of er mensen aanwezig waren. Verdachte werd daarom daarvan vrijgesproken.
Voor het overige bewezenverklaarde de rechtbank de feiten en veroordeelde verdachte tot 240 dagen jeugddetentie waarvan 203 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een werkstraf van 160 uur. Tevens werd een leerstraf opgelegd in de vorm van een cursus "Pubers in de Knel". De rechtbank legde bijzondere voorwaarden op, waaronder naleving van aanwijzingen van de jeugdreclassering.
De vorderingen van de benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende onderbouwing of complexiteit, en zij werden veroordeeld in de kosten van de verdachte. De voorlopige hechtenis tegen verdachte werd opgeheven, met schorsing vanaf 30 december 2004.
De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, die een beperkte uitvoerende rol had bij de eerste poging en een zijdelinge uitvoerende rol bij de brandstichting in de school.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 240 dagen jeugddetentie waarvan 203 dagen voorwaardelijk en 160 uur werkstraf, vrijgesproken van levensgevaarlijk bestanddeel.