ECLI:NL:RBSHE:2005:AS6165
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid en verzekeringsdekking bij mishandeling met dodelijke afloop
De zaak betreft een vordering van de weduwe tot vergoeding van overlijdensschade nadat haar echtgenoot op 24 december 2001 door de buurman, de verzekerde, opzettelijk zwaar mishandeld werd met een ijzeren staaf, wat de dood tot gevolg had. De verzekerde werd strafrechtelijk veroordeeld voor deze mishandeling.
In de hoofdzaak vordert de weduwe een schadevergoeding van €650.000, terwijl de verzekerde aansprakelijkheid betwist en zich beroept op eigen schuld en matiging. In de vrijwaringszaak vordert de verzekerde dat zijn verzekeraar Amev de schadevergoeding betaalt, maar Amev beroept zich op de nieuwe opzetclausule die aansprakelijkheid uitsluit bij opzettelijk wederrechtelijk handelen.
De rechtbank oordeelt dat het strafvonnis dwingend bewijs levert van het opzettelijk handelen, dat de opzetclausule van toepassing is en niet onredelijk bezwarend of strijdig met redelijkheid en billijkheid. Het beroep op noodweer wordt verworpen. De vrijwaringsvordering wordt afgewezen en de verzekerde wordt veroordeeld in de proceskosten. In de hoofdzaak wordt een zitting bevolen voor nadere bewijslevering en schikking.
Uitkomst: De vrijwaringsvordering tegen de verzekeraar wordt afgewezen en de verzekerde wordt veroordeeld in de proceskosten; in de hoofdzaak wordt een zitting bevolen voor bewijslevering en schikking.