ECLI:NL:RBSHE:2004:BC6840
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Nakomingsovereenkomst transportdiensten tussen Van Doorn en SBM Nederland afgewezen wegens onvoldoende schade onderbouwing
Van Doorn en SBM Nederland sloten in juni 2001 een overeenkomst waarbij Van Doorn minimaal 2250 transporturen per jaar voor SBM zou uitvoeren met twee auto's tegen een vastgesteld uurtarief. SBM heeft vanaf 2002 Van Doorn niet meer ingeschakeld voor vervoer, waarna Van Doorn SBM aansprakelijk stelde voor schade wegens niet-nakoming.
SBM betwist het bestaan van een bindende overeenkomst en stelt dat er opschortende voorwaarden waren, zoals het beëindigen van een medewerker en omzetgroei, die niet zijn vervuld. Daarnaast voert SBM aan dat Van Doorn de schade onvoldoende heeft onderbouwd en dat er sprake is van buitengerechtelijke ontbinding of wijziging van de overeenkomst wegens onvoorziene omstandigheden.
De rechtbank oordeelt dat de overeenkomst van juni 2001 wel is gesloten en dat SBM tekort is geschoten in de nakoming door Van Doorn niet in te schakelen. Echter, Van Doorn heeft de schade onvoldoende concreet en onderbouwd gesteld, waardoor de vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen. Ook de vordering tot nakoming na het vonnis wordt afgewezen omdat Van Doorn een aanbod van SBM om per 1 april 2003 te leveren heeft afgewezen, waardoor zij zelf in verzuim is gekomen.
De proceskosten worden gecompenseerd zodat elke partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is gewezen door rechter B.C.W. Geurtsen-van Eeden en uitgesproken op 17 maart 2004.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Van Doorn af wegens onvoldoende onderbouwing van schade en causaal verband.