ECLI:NL:RBSHE:2004:AR7780
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid en verzekeringsdekking na messteek met blijvende dwarslaesie
In deze civiele procedure vordert eiseres een schadevergoeding van gedaagde wegens een messteek die heeft geleid tot een hoge dwarslaesie en blijvende verlamming vanaf de nek. Gedaagde voert verweer met onder meer eigen schuld van eiseres en betwist het causaal verband tussen de steek en de dwarslaesie. De rechtbank stelt vast dat gedaagde het slachtoffer met een mes in de nek heeft gestoken en dat dit bewezen is door het hof in een eerdere strafzaak.
De rechtbank weegt de omstandigheden en bepaalt dat het gedrag van eiseres mede heeft bijgedragen aan het ontstaan van de schade, waardoor haar aandeel in de causaliteit op 40% wordt gesteld en dat van gedaagde op 60%. Het beroep van gedaagde op psychische overmacht wordt verworpen, evenals het betoog dat sprake is van een rechtvaardigingsgrond.
In de vrijwaringsprocedure tussen gedaagde en diens verzekeraar AMEV is in geschil of AMEV terecht een beroep op de opzetclausule heeft gedaan. De rechtbank oordeelt dat gedaagde met opzet het letsel heeft toegebracht en dat AMEV op grond van de opzetclausule niet tot dekking is gehouden. De rechtbank wijst de vordering in de vrijwaring af en veroordeelt gedaagde in de proceskosten.
Uitkomst: Verdachte is voor 60% aansprakelijk voor de messteek met blijvende dwarslaesie; verzekeraar AMEV mag dekking weigeren op grond van de opzetclausule.