ECLI:NL:RBSHE:2004:AR4162
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling arbeidsongeschiktheid werknemer met psychische klachten onvoldoende geobjectiveerd
De rechtbank 's-Hertogenbosch behandelde twee zaken waarin eiseres bezwaar maakte tegen besluiten van het UWV betreffende de mate van arbeidsongeschiktheid van een werknemer met psychische klachten. De werknemer was sinds juli 2001 gedeeltelijk arbeidsongeschikt verklaard met een mate van 15 tot 25%. De verzekeringsarts stelde een depressieve episode vast, maar verweerder had onvoldoende medische onderbouwing geleverd voor de objectivering van de psychische beperkingen.
De rechtbank oordeelde dat het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts dat een objectief oordeel bij psychische aandoeningen nooit mogelijk is, niet juist is. Hoewel subjectieve elementen een rol spelen, kunnen diagnoses zoals depressie wel objectief worden vastgesteld aan de hand van psychiatrische criteria. De medische stukken boden echter onvoldoende bewijs voor objectief vastgestelde psychische beperkingen, mede omdat de huisarts niet was geraadpleegd en de werknemer niet onder behandeling was van een psychiater of psycholoog.
Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en verweerder gelast een nieuwe beslissing te nemen waarbij aanvullende medische informatie moet worden ingewonnen, eventueel door een onafhankelijke deskundige. Verzoeken tot schadevergoeding en kosten werden deels afgewezen, maar proceskosten en griffierechten werden aan eiseres toegekend.
De werknemer werd in de procedure niet als partij betrokken, en de rechtbank kon geen deskundigenonderzoek gelasten. De uitspraak benadrukt het belang van een deugdelijke medische grondslag bij de vaststelling van arbeidsongeschiktheid wegens psychische aandoeningen.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende objectivering van psychische beperkingen en verweerder wordt gelast een nieuwe beslissing te nemen.