ECLI:NL:RBSHE:2004:AO3267
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verplichting tot het vorderen van alimentatie bij bijstandsverlening
Eiseres heeft een bijstandsuitkering aangevraagd nadat zij gescheiden wilde worden en zelfstandig ging wonen. Verweerder kende haar bijstand toe met een toeslag van 20%, onder de voorwaarde dat zij alimentatie zou trachten te verkrijgen van haar ex-echtgenoot conform artikel 108 van Pro de Algemene bijstandswet (Abw).
Eiseres betwistte deze verplichting omdat zij meent dat de draagkracht van haar ex-echtgenoot nihil is. De rechtbank overwoog echter dat onvoldoende bekend is over het vermogen en inkomen van de ex-echtgenoot om de draagkracht definitief vast te stellen. Tevens is niet uitgesloten dat de ex-echtgenoot de resterende huwelijkse schuld zal aflossen, wat invloed heeft op zijn financiële situatie.
De rechtbank concludeerde dat verweerder redelijk heeft gehandeld door de verplichting tot alimentatievordering op te leggen en verklaarde het beroep van eiseres ongegrond. De uitspraak bevestigt dat de verplichting tot het vorderen van alimentatie bij bijstandstoekenning kan worden opgelegd zolang de draagkracht van de ex-echtgenoot niet duidelijk nihil is.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de verplichting voor eiseres om alimentatie te vorderen van haar ex-echtgenoot.