ECLI:NL:RBSHE:2003:AF9459
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.A.H. Schifferstein
- P.J.H. van Dellen
- G.H. de Heer-Schotman
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering van Anw-uitkering wegens wijzigingen in WAO-uitkering
Eiser ontving een Anw-uitkering die vanwege wijzigingen in zijn WAO-uitkering per 1 januari 1999 werd herzien. Verweerder stelde vast dat eiser te veel Anw-uitkering had ontvangen en kondigde terugvordering aan in een brief van 9 november 2001. Eiser maakte bezwaar tegen zowel de herziening als de terugvordering.
De rechtbank oordeelt dat de herziening van de Anw-uitkering met terugwerkende kracht juridisch toelaatbaar is. Eiser was op de hoogte van zijn meldingsplicht omtrent wijzigingen in zijn inkomen en verweerder handelde binnen de wettelijke kaders. De herziening kan derhalve standhouden.
Ten aanzien van de terugvordering stelt de rechtbank vast dat de brief van 9 november 2001 een besluit in de zin van de Awb vormt, ondanks het ontbreken van een bezwaarclausule. De niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen deze terugvordering was onterecht. De rechtbank vernietigt dat deel van het besluit en draagt verweerder op om alsnog een besluit op bezwaar te nemen, met inachtneming van de wettelijke voorschriften.
Verder wordt verweerder opgedragen het door eiser betaalde griffierecht te vergoeden. Het hoger beroep tegen deze uitspraak kan worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Herziening van de Anw-uitkering met terugwerkende kracht wordt gehandhaafd, maar het besluit tot niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de terugvordering wordt vernietigd en verweerder moet opnieuw beslissen.