ECLI:NL:RBSHE:2002:AF0337
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.M. de Moor
- P.P.M. Rousseau
- W. Schoorlemmer
- Rechtspraak.nl
Opheffing faillissement en toepassing schuldsaneringsregeling na fraude
Verzoeker had op eigen aangifte een faillissement gekregen op 1 maart 2000, waarbij sprake was van een schuldenlast van circa €499.000,- waarvan een groot deel was veroorzaakt door fraude met verzwegen omzet en zwart uitbetaald personeel. Dit leidde tot afwijzing van een eerdere aanvraag voor schuldsanering en strafrechtelijke veroordeling.
Na een eerdere afwijzing van omzetting van het faillissement in een schuldsaneringsregeling en een bevestiging daarvan door het gerechtshof, gaf het hof aan dat verzoeker per 1 maart 2002 een hernieuwd verzoek kon indienen, mits hij zich gedurende een periode van vijf jaar voldoende had ingezet voor aflossing van schulden en inkomen uit arbeid had verworven.
De rechtbank stelt dat zij bevoegd is een eigen afweging te maken over de vereiste periode waarin verzoeker zich de belangen van schuldeisers aantrekt. Gezien het vertrouwen gewekt door het hof en het feit dat verzoeker nog steeds spaart voor crediteuren, heft de rechtbank het faillissement op en spreekt de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uit.
De rechtbank benoemt een bewindvoerder en rechter-commissaris, stelt een verificatievergadering vast en regelt de indiening van schuldvorderingen. Tevens wordt de beslagvrije voet verhoogd onder voorwaarden en wordt een voorschot op het salaris van de bewindvoerder toegekend.
Uitkomst: Faillissement wordt opgeheven en schuldsaneringsregeling definitief toegepast met benoeming van bewindvoerder en rechter-commissaris.