ECLI:NL:RBSHE:2002:AE7905
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen civielrechtelijke overeenkomst over sluitingsdatum kerncentrale Borssele
De Staat vorderde dat de rechtbank zou vaststellen dat tussen de Staat en EPZ (SEP) een civielrechtelijke overeenkomst was gesloten waarbij de kerncentrale Borssele uiterlijk op 1 januari 2004 definitief zou worden gesloten. De procedure betrof bewijslevering door middel van getuigenverklaringen van betrokken ministers en directeuren over de onderhandelingen na het aannemen van de motie Vos.
Uit de getuigenverklaringen blijkt dat er intensief overleg heeft plaatsgevonden tussen het ministerie van Economische Zaken en de SEP over de sluitingsdatum en financiële compensatie. De afspraken werden echter gemaakt binnen het formele kader van het Elektriciteitsplan (E-plan) 1995-2004, waarbij de sluitingsdatum in het plan werd vastgelegd en de SEP instemde met een gedeeltelijke goedkeuring van het plan.
De rechtbank concludeert dat er geen sprake is van een civielrechtelijke overeenkomst buiten het kader van de Elektriciteitswet. De afspraken over de sluitingsdatum waren bestuursrechtelijk van aard en onderdeel van het E-plan, terwijl alleen de financiële compensatie als civielrechtelijke verplichting kan worden beschouwd. De Staat is niet geslaagd in haar bewijs en de vordering wordt afgewezen.
De Staat wordt veroordeeld in de proceskosten, die vanwege het hoge geldelijk belang worden vastgesteld volgens tariefgroep VIII van het liquidatietarief.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en oordeelt dat geen civielrechtelijke overeenkomst is gesloten over de sluitingsdatum van de kerncentrale Borssele.