ECLI:NL:RBSHE:2002:AE3897
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Kort geding
- J.F.M. Strijbos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontruiming woonruimte na beëindiging verblijfsvergunning
De gemeente vorderde in kort geding dat [gedaagde], een asielzoeker afkomstig uit Somalië, haar woonruimte zou ontruimen nadat haar voorwaardelijke vergunning tot verblijf niet werd verlengd. De gemeente stelde dat de bruikleenovereenkomst van rechtswege was geëindigd door de inwerkingtreding van de Invoeringswet Vreemdelingen 2000 en dat zij de woning nodig had voor andere asielzoekers.
[Gedaagde] betwistte het spoedeisend belang van de gemeente en stelde dat zij en haar minderjarige kinderen, die in de gemeente waren ingeburgerd, een zwaarwegend belang hadden bij voortzetting van het gebruik van de woning. Door een verzuim van haar voormalige raadsman was niet tijdig een voorlopige voorziening gevraagd, waardoor zij inmiddels rechtmatig verwijderbaar was, maar de kosten van haar levensonderhoud en woonruimte werden door haar verzekeraar gedragen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de gemeente onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er een spoedeisend belang was bij ontruiming. Gezien het belang van [gedaagde] en haar kinderen en het feit dat de kosten door de verzekeraar werden gedragen, woog dit zwaarder dan het belang van de gemeente. De vordering werd daarom afgewezen en de gemeente werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de gemeente tot ontruiming van de woonruimte wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.