ECLI:NL:RBSHE:2002:AE1205

Rechtbank 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
3 april 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
01.035422.01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • Winfield
  • Bruggink
  • Bartels
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 Wegenverkeerswet 1994Art. 8 Wegenverkeerswet 1994
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs verkeersongeval met dodelijke afloop op A67

Op 25 december 2001 vond een verkeersongeval plaats op de A67 waarbij een inzittende van een Renault om het leven kwam en het ongeboren kind van deze zwangere vrouw eveneens overleed. Verdachte werd beschuldigd van het veroorzaken van dit ongeval door onvoorzichtig rijgedrag, rijden onder invloed van heroïne en cocaïne, en het rijden met een te hoge snelheid.

De rechtbank heeft het bewijs onderzocht, waaronder verklaringen van verdachte en de bestuurder van de Renault, een urinetest en visuele observaties. Er ontbraken echter cruciale elementen zoals relevante getuigenverklaringen, remsporen en een objectieve snelheidsmeting. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of verdachte zich schuldig had gemaakt aan het ten laste gelegde.

De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van zes maanden en een rijontzegging van 18 maanden, maar de rechtbank oordeelde dat de tenlastelegging niet wettig en overtuigend was bewezen. Verdachte werd daarom vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten, waaronder het rijden onder invloed en het veroorzaken van gevaar op de weg.

De uitspraak benadrukt het belang van voldoende en overtuigend bewijs in verkeerszaken met ernstige gevolgen en bevestigt dat bij twijfel de verdachte vrijgesproken moet worden.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van schuld aan het dodelijk verkeersongeval.

Uitspraak

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH
Parketnummer: 01/035422-01
Uitspraakdatum: 03 april 2002
V O N N I S
Vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
preventief gedetineerd in het Huis van Bewaring Grave.
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 20 maart 2002.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.
De tenlastelegging.
De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 19 februari 2002.
Een afschrift van de dagvaarding is aan dit vonnis gehecht. De tenlastelegging is op vordering van de officier van justitie gewijzigd. Van deze vordering is eveneens een fotokopie aan dit vonnis gehecht.
De geldigheid van de dagvaarding.
De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen.
De bevoegdheid van de rechtbank.
Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.
De ontvankelijkheid van de officier van justitie.
Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.
Schorsing der vervolging.
Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.
De eis van de officier van justitie.
De officier van justitie acht het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen, met uitzondering van de strafverzwarende omstandigheid van de toestand als bedoeld in artikel 8 eerste Pro en tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994. Hij vordert een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, met aftrek van de periode die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, en een onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van een motorrijtuig voor de duur van 18 maanden.
Vrijspraak.
De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte is tenlastegelegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken.
Uit de bewijsmiddelen blijken onvoldoende de omstandigheden waaronder het ongeval op 25 december 2001 op de A67 tussen verdachte en de bestuurder van de Renault, [naam bestuurder Renault], heeft plaatsgevonden. Zo kan, bij gebreke aan relevante getuigenverklaringen en/of remsporen, de exacte plaats van het ongeval niet worden vastgesteld. Niet gebleken is of het ongeval op de rechter- of op de linkerrijstrook heeft plaatsgevonden op grond waarvan bijvoorbeeld zou kunnen worden afgeleid of, en zo ja welke, uitwijkmogelijkheden voor verdachte bestonden. Evenmin kan worden vastgesteld of aan verdachte andere mogelijkheden ter beschikking stonden om de aanrijding te voorkomen. Daarnaast heeft er geen objectieve toetsing van de gereden snelheid ter plaatse van beide bestuurders plaatsgevonden. Hiertoe strekken slechts de verklaringen van verdachte en [naam bestuurder Renault], uit welke verklaringen niet met voldoende zekerheid kan worden afgeleid dat verdachte boven de maximumsnelheid dan wel met een voor de verkeerssituatie ter plaatse te hoge snelheid heeft gereden. Uit het vorenstaande volgt dat niet kan worden bewezen verklaard dat verdachte schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet Pro aan het ongeval heeft gehad, hetgeen tot vrijspraak van het primair tenlastegelegde leidt.
Uit de bij verdachte afgenomen urinetest is daarenboven niet gebleken dat verdachte op het moment van het ongeval verkeerde in een toestand zoals bedoeld in art 8 eerste Pro of tweede lid Wegenverkeerswet. Evenmin is visueel vastgesteld dat verdachte verkeerde onder invloed van verdovende middelen. Daaruit volgt dat het onder A. subsidiair tenlastegelegde evenmin bewezen kan worden verklaard.
Gelet op het hiervoor overwogene kan evenmin worden vastgesteld of sprake is geweest van gedragingen van verdachte die gevaar hebben veroorzaakt althans hebben kunnen veroorzaken dan wel het verkeer op die weg hebben gehinderd althans hebben kunnen hinderen, zodat verdachte eveneens vrijgesproken dient te worden van het onder B. subsidiair tenlastegelegde.
DE UITSPRAAK
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door
mr. Winfield, voorzitter,
mr. Bruggink en mr. Bartels, leden,
in tegenwoordigheid van mr. Grandiek, griffier
en is uitgesproken op 03 april 2002.
________________________________________________________________________________
Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat
hij op of omstreeks 25 december 2001 te Asten als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, (personenauto, merk Audi, gekentekend [kenteken Audi]) daarmede rijdende over de weg, A67 (komend uit de richting Venlo en gaand in de richting Eindhoven), zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, door zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of
onoplettend met dat motorrijtuig te (gaan) rijden terwijl hij verkeerde in een toestand als bedoeld in artikel 8, eerste of tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994, en/of met een hogere snelheid dan de maximaal ter plaatse toegestane snelheid van 120 kilometer per uur, in elk geval met een voor de verkeerssituatie ter plaatse te hoge snelheid, een voor hem rijdende personenauto (merk Renault, gekentekend [kenteken Renault]) te naderen en/of (vervolgens) niet danwel niet voldoende de snelheid van het door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig te verminderen en/of niet danwel niet voldoende uit te wijken, althans onvoldoende afstand te bewaren tussen het door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig en de geheel of gedeeltelijk voor hem rijdende personenauto (gekentekend [kenteken Renault]), waardoor, althans mede waardoor een aanrijding of botsing is ontstaan tussen
dat door verdachte bestuurde motorrijtuig en die personenauto (merk Renault, gekentekend [kenteken Renault]),
waardoor een ander (genaamd [slachtoffer], zijnde inzittende van die personenauto merk Renault, gekentekend [kenteken Renault]) werd gedood en/of waardoor van voornoemde zwangere [slachtoffer] het kind dood werd geboren, terwijl hij verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste of tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994;
De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;
(artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994)
Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
A.
hij op of omstreeks 25 december 2001 te Asten als bestuurder van een voertuig, (personenauto, merk Audi, gekentekend [kenteken Audi])), dit voertuig heeft bestuurd, terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed van een stof, te weten heroine en/of cocaine, waarvan hij wist of redelijkerwijs moest weten, dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof - de rijvaardigheid kon verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht;
(artikel 8 van Pro de Wegenverkeerswet 1994)
en/of
B.
hij op of omstreeks 25 december 2001 te Asten, als bestuurder van een voertuig (personenauto, merk Audi, gekentekend [kenteken Audi]), daarmee rijdend over de weg, A67, (komend uit de richting Venlo en gaand in de richting Eindhoven) met een hogere snelheid dan de maximaal ter plaatse toegestane snelheid van
120 kilometer per uur, in elk geval met een voor de verkeerssituatie ter plaatse te hoge snelheid, een voor hem rijdende personenauto (merk Renault, gekentekend [kenteken Renault]) is genaderd en/of (vervolgens) niet danwel niet voldoende de snelheid van het door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig heeft verminderd en/of niet danwel niet behoorlijk is uitgeweken, waardoor, althans mede waardoor een aanrijding of botsing is ontstaan tussen
dat door verdachte bestuurde motorrijtuig en die personenauto (merk Renault, gekentekend [kenteken Renault]),
door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover
daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde
betekenis te zijn gebezigd;
(artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994)