ECLI:NL:RBSHE:2001:AD3659
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A. Bik
- Keizer
- Dekker
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt over civielrechtelijke overeenkomst sluiting kernenergiecentrale Borssele
De Staat vordert dat de rechtbank verklaart dat tussen hem en EPZ eind 1994 een overeenkomst is gesloten waarin EPZ zich verplicht de kernenergiecentrale Borssele uiterlijk op 1 januari 2004 definitief buiten gebruik te stellen. EPZ betwist het bestaan van een dergelijke civielrechtelijke overeenkomst en voert aan dat de publiekrechtelijke Kernenergiewet (KEW) exclusief is en dat de Staat niet via privaatrechtelijke weg bevoegdheden kan ontnemen die voortvloeien uit de vergunning van 1973.
De rechtbank overweegt dat de Staat bevoegd is om civielrechtelijke overeenkomsten te sluiten en dat de KEW geen expliciet verbod bevat op het aangaan van dergelijke overeenkomsten. De rechtbank verwerpt het verweer van EPZ dat de privaatrechtelijke overeenkomst de publiekrechtelijke regeling onaanvaardbaar doorkruist. Ook het beroep op onvoorziene omstandigheden vanwege liberalisering van de elektriciteitsmarkt wordt afgewezen, mede omdat EPZ een financiële tegemoetkoming ontvangt.
De rechtbank constateert dat uit het overleg van december 1994 niet zonder meer blijkt dat een civielrechtelijke overeenkomst is gesloten, maar laat de Staat toe bewijs te leveren dat een dergelijke overeenkomst bestaat. Tevens wijst de rechtbank het verweer van EPZ af dat SEP haar niet rechtsgeldig vertegenwoordigde, aangezien SEP als vertegenwoordiger van de productiebedrijven trad en EPZ aandeelhouder was.
De rechtbank bepaalt dat de getuigenverhoren zullen plaatsvinden en sluit tussentijds hoger beroep uit. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank laat de Staat toe bewijs te leveren over het bestaan van een civielrechtelijke overeenkomst tot sluiting van de kernenergiecentrale Borssele uiterlijk 1 januari 2004 en houdt verdere beslissing aan.