ECLI:NL:RBSHE:2001:AB0314
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Kort geding
- J.F.M. Strijbos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering Lecoline tot handhaving concurrentiebeding wegens ontbreken schriftelijke overeenkomst
Lecoline vordert in kort geding dat gedaagde in conventie wordt verboden concurrerende activiteiten te verrichten en relaties te benaderen, op grond van een non-concurrentiebeding. Gedaagde in conventie is werknemer van Zungo B.V., een voormalig zusterbedrijf van Lecoline, en tevens vennoot van een concurrerende VOF.
Lecoline stelt dat er een aparte overeenkomst 'sui generis' is gesloten met gedaagde in conventie, waarin het concurrentiebeding is vastgelegd. Gedaagde in conventie betwist dit en stelt dat hij nooit een schriftelijk beding met Lecoline heeft ondertekend en dat hij niet in dienst is van Lecoline.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 7:653 BW Pro een concurrentiebeding tussen werkgever en werknemer schriftelijk moet zijn overeengekomen. Gezien de feitelijke situatie en het feit dat gedaagde in conventie voor Lecoline werd betaald door Zungo, geldt deze eis ook hier. Omdat geen schriftelijk beding is getekend, ontbreekt rechtskracht. De vordering wordt afgewezen en Lecoline wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van Lecoline wordt afgewezen wegens het ontbreken van een schriftelijk overeengekomen concurrentiebeding.