ECLI:NL:RBSHE:2000:AA9231
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.H.C.M. Schoemaker
- D.J. de Lange
- L.C. Michon
- Rechtspraak.nl
Geen besluit met rechtsgevolg bij standpunt nulalternatief Rijksweg 69 volgens Tracéwet
In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of het schrijven van 21 juni 1999, waarin de minister het standpunt kenbaar maakte dat het zogenaamde nulalternatief werd gekozen voor de aanleg van Rijksweg 69, kan worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Eisers, bestaande uit het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven en diverse gemeenten, maakten bezwaar tegen dit standpunt, waarna de minister deze bezwaren niet-ontvankelijk verklaarde. De rechtbank overweegt dat een besluit in de zin van de Awb een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan moet zijn die gericht is op rechtsgevolgen, zoals het bindend vaststellen van rechten, verplichtingen of bevoegdheden. Het standpunt van 21 juni 1999 betreft echter slechts een mededeling dat het project niet verder in overweging wordt genomen, wat geen rechtsgevolg inhoudt.
De rechtbank verwijst naar de Tracéwet en de parlementaire behandeling daarvan, waaruit blijkt dat dergelijke standpunten niet als besluiten worden beschouwd. Ook een schriftelijke mededeling dat de procedure wordt voortgezet is geen besluit met rechtsgevolg. Daarom zijn de bezwaren terecht niet-ontvankelijk verklaard en worden de beroepen ongegrond verklaard. Partijen kunnen tegen deze uitspraak binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond omdat het standpunt over het nulalternatief geen besluit met rechtsgevolg is.