ECLI:NL:RBSHE:2000:AA5657
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van geestelijke mishandeling dochter
De rechtbank 's-Hertogenbosch behandelde een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van geestelijke (zware) mishandeling van zijn dochter over de periode 1975 tot en met 1993. De tenlastelegging betrof het opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, het mishandelen en benadelen van de gezondheid van het slachtoffer door middel van kleineren, uitschelden, controleren en vernederen.
Ter zitting werd een psycholoog en een psychiater benoemd om onderzoek te doen naar de persoonlijkheid van het slachtoffer. Uit hun rapportages bleek dat de klachten en stoornissen van het slachtoffer niet eenduidig terug te voeren waren op het gedrag van verdachte, maar het gevolg waren van een complexe interactie van biologische, psychologische en sociale factoren volgens het bio-psycho-sociale model.
De officier van justitie stelde dat verdachte zich niet kon beroepen op genetische gebreken van het slachtoffer om zichzelf te disculperen, maar de rechtbank oordeelde dat de rol van verdachte te beperkt was om een strafrechtelijk verwijt te maken. De gezinsdynamiek was complex en er waren geen bijzondere omstandigheden om vader en dochter los te koppelen uit het gezinssysteem.
Gelet op de onvoldoende mate van causaliteit en het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlasteleggingen. De rechtbank liet vragen over voorzienbaarheid en verwijtbaarheid onbesproken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van geestelijke mishandeling.