ECLI:NL:RBSHE:1999:AF0172
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Emmerig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing faillissement wegens verstoring paritas creditorum en vervreemding verpande zaken
Verzoeker heeft op 2 februari 1999 een verzoekschrift ingediend tot opheffing van het op 3 juli 1996 uitgesproken faillissement, met gelijktijdige toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank heeft het dossier, waaronder verslagen van de curator, bestudeerd en zowel verzoeker als curator gehoord op zitting.
De rechtbank oordeelt dat verzoeker onvoldoende heeft voldaan aan zijn verplichtingen jegens de curator zoals bedoeld in artikel 105 Faillissementswet Pro. Tevens heeft verzoeker tijdens het faillissement een informeel akkoord gesloten met enkele geselecteerde crediteuren, gefinancierd met boedelgelden, waardoor de paritas creditorum is verstoord. Dit heeft het de curator onmogelijk gemaakt de juiste staat en omvang van de boedel vast te stellen.
Daarnaast heeft verzoeker kort voor het faillissement één of meerdere zaken die stil verpand waren aan een derde (de bank) vervreemd en de opbrengst geïncasseerd zonder medeweten of instemming van de pandhouder. Gezien deze feiten bestaat er gegronde vrees dat verzoeker tijdens de schuldsaneringsregeling zijn schuldeisers zal benadelen of zijn verplichtingen niet zal nakomen.
Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot opheffing van het faillissement af.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van het faillissement wordt afgewezen wegens verstoring van de paritas creditorum en vervreemding van verpande zaken.