ECLI:NL:RBSGR:2012:BZ5726
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verwijzing van civiele zaak naar andere rechtbank
In deze civiele procedure vordert Chip(s)hol III B.V. dat de hoofdzaak wordt verwezen naar de rechtbank Utrecht, stellende dat er een geschil is met de rechtbank 's-Gravenhage zelf vanwege aangiften tegen voormalige rechters. De rechtbank onderzoekt de bevoegdheid en oordeelt dat op grond van artikel 99 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de rechtbank van de woonplaats van de gedaagde, hier de rechtbank 's-Gravenhage, bevoegd is.
De rechtbank overweegt dat artikel 6 lid 2 van Pro het Besluit nevenvestiging- en nevenzittingsplaatsen niet van toepassing is, omdat er geen betrokkenheid is van personeel van de rechtbank bij deze zaak en er geen geschil bestaat tussen Chip(s)hol III B.V. en de rechtbank zelf. De eerdere aangifte tegen voormalige rechters leidt niet tot een bevoegdheidsverandering.
Het verzoek tot verwijzing wordt daarom afgewezen en Chip(s)hol III B.V. wordt veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank geeft daarnaast uitgebreide instructies voor de comparitie van partijen, waaronder termijnen voor het indienen van stukken en het regelen van de zitting.
De beslissing bevestigt de hoofdregel van relatieve bevoegdheid en benadrukt het belang van een ordentelijke procedure, waarbij de comparitie zal dienen om nadere feitelijke en juridische inlichtingen te verkrijgen en mogelijkheden tot schikking te onderzoeken.
Uitkomst: Verzoek tot verwijzing van de zaak naar de rechtbank Utrecht wordt afgewezen en Chip(s)hol III B.V. wordt veroordeeld in de proceskosten.