ECLI:NL:RBSGR:2012:BZ1455
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen wegens onvoldoende bewijs belangenverstrengeling bij aanbesteding beroepsopleiding advocatuur
In deze zaak vordert OSR dat de NOVA de Combinatie zou moeten uitsluiten van deelname aan de aanbestedingsprocedure voor de beroepsopleiding advocatuur vanwege vermeende belangenverstrengeling. OSR stelt dat medewerkers van de Combinatie betrokken waren bij de ontwikkeling van het curriculum en het rapport dat als technische specificatie diende, waardoor de Combinatie een oneerlijke voorsprong zou hebben gehad.
De voorzieningenrechter oordeelt dat hoewel enkele medewerkers van de Combinatie aan werkgroepen en ontwikkelteams hebben deelgenomen, dit op zichzelf geen bewijs vormt van ongeoorloofde belangenverstrengeling. Met name de rol van één medewerker die het offerteteam voorzat en betrokken was bij een klein onderdeel van het curriculum, levert slechts een marginaal voordeel op dat niet leidt tot vervalsing van de mededinging.
Verder wordt geoordeeld dat OSR haar recht om te klagen over de inschrijftermijn heeft verwerkt, omdat zij bezwaren te laat kenbaar maakte. Ook de stelling dat de beoordelingscommissie niet onafhankelijk zou zijn, wordt verworpen. De vorderingen van OSR worden daarom afgewezen en OSR wordt veroordeeld in de proceskosten van zowel NOVA als de Combinatie.
Uitkomst: De vorderingen van OSR worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van belangenverstrengeling en vervalsing van de mededinging.