ECLI:NL:RBSGR:2012:BZ0149
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en bevestiging toegangsweigering en vrijheidsontneming van asielzoekster
Verzoekster, een Iraakse asielzoekster, werd op 18 november 2012 de toegang tot Nederland geweigerd op grond van artikel 13 van Pro de Schengengrenscode in samenhang met artikel 3 van Pro de Vreemdelingenwet (Vw). Tevens werd haar een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd die door verweerder werd voortgezet. Verzoekster stelde dat haar toegang ten onrechte was geweigerd en dat zij niet correct was gehoord voorafgaand aan de maatregelen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster voorafgaand aan de toegangsweigering wel degelijk is gehoord over haar verblijf, identiteit en middelen van bestaan, conform artikel 41 van Pro het EU-Handvest. Verzoekster kon niet aannemelijk maken dat het ontbreken van reis- en identiteitsdocumenten niet aan haar toe te rekenen was, waardoor verweerder terecht artikel 31, tweede lid, onder f, Vw toepaste. Ook werd vastgesteld dat het asielrelaas van verzoekster onvoldoende geloofwaardig was vanwege tegenstrijdigheden en onvolledigheden.
Verder werd geoordeeld dat de vrijheidsontnemende maatregel rechtmatig was opgelegd en voortgezet, omdat verzoekster het risico liep zich aan toezicht te onttrekken. De rechtbank verwierp de stellingen dat de maatregel disproportioneel was of in strijd met internationale verdragen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening en schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van verzoekster wordt ongegrond verklaard en de toegangsweigering en vrijheidsontnemende maatregel worden bevestigd.