ECLI:NL:RBSGR:2012:BZ0020
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke uitspraak over weigering verblijfsvergunning, terugkeerbesluit en inreisverbod met toepassing artikel 8 EVRM
Eiser, een Surinaamse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor verblijf bij zijn echtgenote in Nederland. Verweerder wees dit verzoek af wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en legde tevens een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar op.
De rechtbank oordeelde dat de weigering van de verblijfsvergunning niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro, omdat eiser geen rechtmatig verblijf had en de belangenafweging door verweerder zorgvuldig was gemaakt. Het beroep tegen het terugkeerbesluit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser in de bezwaarfase geen gronden had ingebracht.
Ten aanzien van het inreisverbod stelde de rechtbank vast dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom het opleggen van het inreisverbod voor twee jaar niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro, mede gezien de beperkte middelen van de echtgenote om eiser in Suriname te bezoeken en haar zorg voor twee jonge kinderen. Daarom werd het beroep tegen het inreisverbod gegrond verklaard en dit besluit vernietigd.
De rechtbank wees het verzoek om een voorlopige voorziening af omdat de uitspraak op het beroep gelijktijdig werd gedaan. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €1.311,- aan de griffier.
Uitkomst: Beroep tegen verblijfsvergunning ongegrond, beroep tegen terugkeerbesluit niet-ontvankelijk, beroep tegen inreisverbod gegrond en inreisverbod vernietigd.