ECLI:NL:RBSGR:2012:BY9101
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onredelijke toepassing artikel 31 lid 2 sub d Vreemdelingenwet
Eiser diende in 2007 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Ter onderbouwing overhandigde hij een echt paspoort en een vals bevonden identiteitskaart. Verweerder wees de aanvraag af op grond van artikel 31, tweede lid, aanhef en onder d, Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser zou hebben volhard in de echtheid van het valse document.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiser opzettelijk handelde, aangezien eiser tot het moment van de contra-expertise geloofde dat de identiteitskaart echt was. Bovendien was het paspoort authentiek en bevatte dezelfde persoonsgegevens, waardoor het onduidelijk is welk belang eiser had bij het overleggen van het valse document.
De rechtbank stelt vast dat de identiteit van eiser inmiddels vaststaat, mede door eerdere uitspraken en het ontbreken van hoger beroep door verweerder. Het overleggen van de identiteitskaart voegt daarom niets toe aan de bewijsvoering van identiteit.
Daarom is het beroep gegrond, wordt het bestreden besluit vernietigd en wordt verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen zes weken. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; verweerder moet een nieuw besluit nemen.