ECLI:NL:RBSGR:2012:BY8870
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing visumaanvraag op grond van artikel 20 VWEU na arrest Zambrano
Eiseres, moeder van een Nederlandse zoon, diende een visumaanvraag in om zich met haar zoon in Nederland te vestigen. De aanvraag werd afgewezen omdat zij volgens verweerder eerst een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) moest aanvragen. Eiseres baseerde haar verzoek op artikel 20 van Pro het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), zoals toegelicht in het arrest Zambrano van het Hof van Justitie van de EU.
De rechtbank constateert dat de Nederlandse Vreemdelingenwet niet voorziet in situaties waarin het verblijfsrecht rechtstreeks voortvloeit uit artikel 20 VWEU Pro. Na het arrest Zambrano is de regelgeving niet aangepast, waardoor verweerder de visumaanvraag op grond van de huidige regels mag afwijzen, maar onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het beroep op artikel 20 VWEU Pro niet getoetst kan worden bij een visumaanvraag.
De rechtbank oordeelt dat het beroep van eiseres op artikel 20 VWEU Pro terecht is en dat verweerder niet kan volstaan met de afwijzing zonder nadere beoordeling. Ook weegt de rechtbank mee dat de vader van de zoon van eiseres door detentie in Turkije niet voor het kind kan zorgen, waardoor het belang van de zoon bij verblijf van de moeder in Nederland extra relevant is.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij het beroep op artikel 20 VWEU Pro wordt betrokken. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de visumaanvraag wordt vernietigd.