ECLI:NL:RBSGR:2012:BY8861
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende onderzoek kwetsbaarheid bij overdracht aan Italië
Verzoekster, een jonge vrouw met ernstige medische beperkingen, diende een asielaanvraag in die werd afgewezen omdat Italië verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Verzoekster betoogde dat het visum waarmee zij Italië binnenkwam mogelijk niet authentiek was, maar dit werd verworpen omdat Italië het overnameverzoek stilzwijgend had aanvaard.
De kern van het geschil betrof het interstatelijk vertrouwensbeginsel en de vraag of Italië voldoende opvang en medische zorg biedt aan kwetsbare asielzoekers. Verzoekster stelde dat zij als invalide extra bescherming behoeft en dat overdracht zonder zekerheid over opvang en zorg onverantwoord is. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had onderzocht of Italië daadwerkelijk passende maatregelen treft, ondanks het contact met Italiaanse autoriteiten voorafgaand aan overdracht.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de president van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in een interim measure expliciet vragen had gesteld over de opvang en zorg van Dublinclaimanten in Italië. De rechtbank vond dat verweerder niet voldeed aan deze vragen en dat het risico op schending van artikel 3 EVRM Pro niet kon worden uitgesloten.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met een zorgvuldiger onderzoek. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat in de hoofdzaak reeds werd beslist. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar de veiligheid van overdracht aan Italië.