ECLI:NL:RBSGR:2012:BY8779
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vervangende toestemming verhuizing minderjarige bij echtscheidingsprocedure
De moeder verzocht de rechtbank om vaststelling van het hoofdverblijf van haar minderjarige kinderen bij haar en om vervangende toestemming voor verhuizing naar een andere plaats met inschrijving op nieuwe scholen. De vader verzette zich primair tegen het verzoek voor het pleegkind en subsidiair tegen het verzoek voor het biologische kind, stellende dat verhuizing het co-ouderschap na echtscheiding zou bemoeilijken.
De rechtbank oordeelde dat de moeder niet ontvankelijk was voor het verzoek betreffende het pleegkind, omdat zij niet belast is met de voogdij en het kind niet bij haar is geplaatst. Voor het biologische kind wees de rechtbank het verzoek af omdat het prematuur was om een beslissing te nemen over verhuizing voorafgaand aan het overleg over ouderschap na echtscheiding.
Het verzoek van de vader tot een verhuisverbod werd afgewezen omdat dit te verstrekkend was. De rechtbank bepaalde dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt. De beslissing is genomen in het kader van artikel 1:253a BW en de echtscheidingsprocedure die aanhangig is.
Uitkomst: Verzoek vervangende toestemming verhuizing minderjarige wordt afgewezen en verzoek niet-ontvankelijk verklaard voor pleegkind.