ECLI:NL:RBSGR:2012:BY8686
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. Allewijn
- A.H. Bergman
- S. van Groningen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering belastingfaciliteiten voor NAVO-status bij NSE Brussel
Eiser, adjudant-onderofficier bij de Koninklijke Landmacht, werd per 1 juli 2010 geplaatst als Locatiemanager bij het Diensten Centrum Internationale Ondersteuning Defensie/Nationale Support Eenheid (DCIOD/NSE) te Brussel. Hij verzocht om belastingfaciliteiten die normaal gesproken verbonden zijn aan de NAVO-status. Deze faciliteiten werden echter niet toegekend omdat België de NAVO-status van personeel bij NSE Brussel niet erkent.
Eiser maakte bezwaar en verzocht tevens toepassing van de hardheidsclausule van artikel 26 van Pro het Inkomstenbesluit militairen (IBM). Dit werd afgewezen, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank. Eiser stelde dat hij door het ontbreken van de juiste status schade had geleden, onder meer door te veel betaalde houderschapsbelasting, accijnzen op diesel en rookwaren.
De rechtbank oordeelde dat de toepasselijke regelingen geen belastingfaciliteiten voorzien voor de situatie van eiser en dat de NAVO-status een status van rechtswege is, maar dat erkenning door het gastland vereist is voor belastingfaciliteiten. België erkent deze status niet voor NSE-personeel. De rechtbank verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel, omdat eiser geen bewijs leverde van toezeggingen en er relevante verschillen zijn met andere gevallen.
Ten aanzien van de hardheidsclausule overwoog de rechtbank dat verweerder voldoende tegemoet is gekomen door een administratieve omweg waardoor eiser alsnog belastingfaciliteiten kon genieten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de weigering van belastingfaciliteiten bij zijn functie in Brussel wordt ongegrond verklaard.