ECLI:NL:RBSGR:2012:BY7915
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat rechtmatig verblijf niet vereist is voor verstrekking W2-document
Eiser, van Iraakse nationaliteit, vroeg om een W2-document, dat dient ter identificatie van vreemdelingen zonder geldig grensoverschrijdingsdocument. De Minister weigerde dit omdat eiser geen rechtmatig verblijf had volgens de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat hij niet uitgezet kan worden vanwege risico op schending van mensenrechten en dat hij medische behandeling nodig heeft.
De rechtbank overwoog dat volgens eerdere jurisprudentie rechtmatig verblijf vereist was voor verstrekking van een W2-document, maar dat een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak dit nuanceert. De rechtbank oordeelde dat rechtmatig verblijf niet strikt vereist is en dat de Minister had moeten beoordelen of er zeer bijzondere omstandigheden zijn die verstrekking rechtvaardigen.
Daarom vernietigde de rechtbank het bestreden besluit wegens strijd met het motiveringsbeginsel en het bestuursrecht en droeg de Minister op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd de Minister veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de Minister wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.